Aangifte van wetenschappelijke oplichting zonder precedent 

Diederik Stapel en de sociale psychologie

Ook wetenschappelijke omgeving te zwak, maar eerdere klokkenluiders genegeerd.

Gelezen: Interim-rapportage over Diederik Stapel van de universiteiten Tilburg, Amsterdam en Groningen

De voorgeschiedenis: Stapel viel begin september 2011 door de mand en kan in zijn val Roos Vonk meeslepen naar wie nog onderzoek loopt van de Radboud Universiteit. Haar boek bleef goed volgens de recensente en Vonk vond Stapel ook een formidabel wetenschapper.

We maakten in 2008 al een onderzoek van Stapel en Janka Stoker, notabene over liegen met de grond gelijk. Daaruit zou blijken dat mannen veel makkelijker liegen dan vrouwen: “Ze liegen makkelijker en hebben een soepeler ethiek.”

Over Roos Vonk

Even ten aanzien van Vonk is deze vaststelling belangrijk: “De Commissie heeft tot dusver geen aanwijzingen gevonden dat coauteurs doelbewust hebben meegewerkt met de heer Stapel aan datavervalsing of hebben geweten, dan wel hadden kunnen of moeten weten van de datavervalsing.”

Maar de hele wetenschap Sociale Psychologie faalde rond Stapel: “De data zijn te mooi om waar te zijn; de hypothesen worden vrijwel allemaal bevestigd; de effecten zijn onwaarschijnlijk groot; missing data of onmogelijke, out-of-range data komen niet of nauwelijks voor.

Dit is wellicht het meest precaire punt van de hele datafraude. Hier heeft de wetenschappelijke kritiek en houding op alle fronten ernstig gefaald. Falsificatie is een grondbeginsel van de wetenschap, maar speelde nauwelijks een rol in de onderzoekscultuur rond de heer Stapel. Alleen verificatie telde.

Iedereen met enige onderzoekservaring, zeker in deze sector, weet echter dat de meeste hypothesen waarmee men begint, niet uitkomen. En als ze al uitkomen, dan verdwijnt het effect vaak bij replicatie. Dat de hypothesen van de heer Stapel altijd weer bevestigd werden had wantrouwig moeten maken…

… De heer Stapel werd het model, de standaard. Alleen de heer Stapel was blijkbaar in staat om de precieze manipulaties te realiseren die nodig waren om de subtiele effecten zichtbaar te maken. Men accepteerde, indien men zelf al probeerde te repliceren, dat men faalde omdat men niet de kunde van de heer Stapel had.”

Spijtbetuiging

Stapel zelf betuigt in een schriftelijke verklaring zijn spijt. “Ik heb gefaald als wetenschapper, als onderzoeker. Ik heb onderzoeksgegevens aangepast en onderzoeken gefingeerd. Niet een keer, maar meerdere keren, en niet even, maar gedurende een langere tijd….

Ik wilde te veel te snel. In de moderne wetenschap ligt het ambitieniveau hoog en is de competitie voor schaarse middelen enorm. De afgelopen jaren is die druk mij te veel geworden….

“Ik heb de fout gemaakt dat ik de waarheid naar mijn hand heb willen zetten en de wereld net iets mooier wilde maken dan hij is.”

Arme man: “Voor zijn tijdschriftartikelen van 1994 tot en met medio 2011 heeft hij een lijst verstrekt met daarin aangemerkt welke artikelen gebaseerd zijn op gefalsificeerde data. Met betrekking tot een tweede lijst, voornamelijk inhoudende hoofdstukken in boeken en proceedings, heeft de heer Stapel laten weten lichamelijk en geestelijk niet in staat te zijn te reageren.”

Promovendi lui en slachtoffer

Vele promovendi hebben gewerkt met datasets van Stapel die hij had verzonnen. Enkele van hen treft schuld, de meeste niet: “…deze promovendi/coauteurs zijn allen op zeer geraffineerde wijze om de tuin geleid. De Commissie is dan ook van mening dat dit in geen van de gevallen gevolgen zou moeten hebben voor een verleende graad.”

Maar niettemin ook meegevaren met gemakzucht: “Promovendi schreven vol overtuiging (zoals ook aanbevolen in het Manual van de American Psychological Association (APA)): wij hebben de data verzameld op scholen etc., een gebruik van het collectieve wij dat in de ogen van de promovendi en ook in die van de leden van de promotiecommissies alleszins gerechtvaardigd en gebruikelijk was. Had echter de regel gegolden dat promotiecommissies zich ervan dienen te vergewissen dat de data in beginsel door de promovendus zelf vergaard dienden te zijn, dan had deze datafraude niet kunnen functioneren.”

Mentaal: “De heer Stapel koos zorgvuldig de junioronderzoekers met wie hij de intensieve één-op-één werkwijze wilde aangaan. Met hen werd een innige band gesmeed. Vele promovendi beschouwden hem als een persoonlijke vriend. Men kwam thuis bij hem, had gezamenlijke diners, ging gezamenlijk naar theater etc. Een dergelijke situatie is niet bevorderlijk voor het kritisch volgen van de ‘meester’.”

En dit: “‘Besef je wel, dat je goud in handen hebt?’ werd dan de jonge onderzoeker gevraagd. Met één jonge onderzoeker die bleef aandringen op het zien van de ruwe data ontstond een hooglopend verschil van mening waarbij de heer Stapel suggereerde dat de onderzoeker de capaciteiten en de ervaring van hem als gerenommeerde hoogleraar in twijfel trok.”

Geld als water: “De heer Stapel zorgde voor de verwerking van de gegevens. Hij had immers veel subsidies binnengehaald en kon zich een reeks van onderzoeksassistenten veroorloven.”

Eerder aan de bel

Hulde voor de klokkenluiders: “Drie jonge onderzoekers uit het eigen Departement hebben eind augustus jl. hun verdenkingen aan de departementsvoorzitter geuit met betrekking tot de datavervalsing van de heer Stapel. Na maanden van observatie waren voldoende details verzameld om aan te tonen dat er iets niet klopte. De onderzoekers verdienen alle lof voor het melden van deze misstanden. Zij zaten immers in een afhankelijke positie en hadden veel te verliezen.”

Eerder is aan de bel getrokken maar niets gedaan: “In totaal drie jonge onderzoekers hebben in een eerder stadium aan de bel getrokken met betrekking tot de geleverde datasets van de heer Stapel en voor hen waren de risico’s niet minder. Ook twee hoogleraren hebben eerder geconstateerd dat data “te mooi waren om waar te zijn”. Geen van deze eerdere meldingen hebben echter geleid tot opvolging.”

Hoe kon het fout gaan? Twee redenen:

“1. De belangrijkste reden is gelegen in de geraffineerde werkwijze van de heer Stapel en het onbeschaamde gebruik dat hij maakte van zijn prestige, aanzien en macht (zie onder)

2. Een tweede factor die speelde was een gebrekkig functioneren van de wetenschappelijke kritiek, de hoeksteen van de wetenschap. De werkwijze van de heer Stapel kon daar gemakkelijk op inspelen.

De partijen die hiermee iets hadden kunnen doen, zijn research master studenten, promovendi, promotiecommissies, postdocs, junior en senior onderzoekers/collega’s, collega’s en bestuurders van het Departement, van de Faculteit, van de Universiteit, redacties en reviewers van tijdschriften.”

De methode voor oplichting

“De experimenten werden (zogenaamd) uitgevoerd onder de volledige supervisie van de heer Stapel alleen. De heer Stapel had, naar eigen zeggen, uitstekende contacten met een groot aantal onderwijsinstellingen in het land. Die waren steeds weer bereid om in goed overleg met hem persoonlijk zulke onderzoeken uit te voeren, soms geholpen door (zogenaamd) betaalde research assistenten.

Ter compensatie voor de inspanningen van de scholen gaf de heer Stapel er (zogenaamd) voordrachten en schonk hij (zogenaamd) de betreffende scholen van tijd tot tijd computers en beamers. De op die scholen verzamelde data werden vervolgens (zogenaamd) op die scholen zelf, veelal door (onbekende) assistenten, verwerkt en gecodeerd. De aldus ‘verkregen’ gegevens werden dan rechtstreeks aan de heer Stapel gegeven, nooit aan de partners.

Al die ‘inspanningen’ resulteerden doorgaans enkele weken later in een (gefingeerd) databestand dat de partner in zijn geheel ter beschikking werd gesteld voor nadere analyse, of ook direct in de vorm van tabellen met de benodigde gemiddelden, standaardfouten, betrouwbaarheden, toetsingsuitkomsten, etc. De partner kon direct aan het schrijven van het artikel beginnen, al dan niet in verdere intensieve samenwerking met de heer Stapel.

Deze werkwijze beslaat het grootste deel van de door de Commissie aangetroffen fraude. Er waren ook wel varianten.”

Bang voor computervirus

“Soms raakte de heer Stapel in gesprek met een collega over een interessant onderzoek waar die collega mee bezig was en zei hij te beschikken over een oude data set, ooit eerder verzameld, waar hij nog niets mee gedaan had, maar die perfect paste bij wat de collega nodig had. Deze fictieve data set werd dan vrij snel ter beschikking van de collega gesteld, die daar een mooi artikel van kon maken met uiteraard de heer Stapel als coauteur.

Ook vertelde hij wel in Groningen of elders dat hij data verkregen had in Tilburg van het sociaal-psychologisch lab aldaar of er voor kon zorgen dat die data er vanuit Tilburg kwamen. Het kon dan om gefingeerde data gaan, zoals bijvoorbeeld gebeurde in het gewraakte “vleesonderzoek”.In Tilburg kon het omgekeerde richting Groningen gebeuren. In Tilburg kon het omgekeerde richting Groningen gebeuren.

Ook werd ten minste een keer, naar aanleiding van tijdschriftcommentaar, de oorspronkelijke data set door de heer Stapel teruggenomen ter nadere analyse. Deze was aangevuld, zo bleek later, met een tiental nieuwe observaties, zodat alle hypothesen nu wel fraai bevestigd werden. En tenslotte werden onderzoekingen ook in hun geheel verzonnen en solo ‘uitgevoerd’, bijvoorbeeld een onderzoek op een treinstation en met onbekende onderzoeksassistenten.

De exclusieve toegang van de heer Stapel tot gegevens op de lab computer werd door hem gemotiveerd uit het gevaar van virusbesmetting wanneer iedereen toegang zou hebben (hoewel een dergelijke werkwijze bij andere hoogleraren niet gebruikelijk was).”

Snoeiharde conclusie

“De Commissie is tot de conclusie gekomen dat de omvang van de fraude door de heer Stapel zeer aanzienlijk is. De Commissie is nu reeds gestuit op enkele tientallen publicaties waarin gebruik is gemaakt van gefingeerde data.

Het volledige overzicht van deze frauduleuze publicaties zal gezamenlijk met de zustercommissies uiterlijk bij het eindrapport gepresenteerd worden. Vast is komen te staan dat het fabriceren van data al voor de Tilburgse tijd is begonnen. De Commissie heeft geconcludeerd dat ook publicaties uit de Groningse tijd besmet zijn. De fraude is al geruime tijd, in ieder geval sinds 2004, aan de gang.

RUG: Ook in zijn Groningse tijd (2000-2006) heeft de heer Stapel zich beziggehouden met frauduleuze datamanipulaties. Naar de commissie heeft kunnen vaststellen was een aantal van deze datamanipulaties uitgevoerd met data die zogenaamd al in zijn Amsterdamse tijd waren verzameld. Ook zijn in zijn Groningse periode regelmatig datasets gefabriceerd en/of werd de analyse naar zijn hand gezet.

De heer Stapel creëerde zelf datasets waarin de gedane voorspellingen grotendeels uitkwamen. Ook kwam het voor dat de heer Stapel datasets stuurde naar collega-onderzoekers met de mededeling dat hij deze al lange tijd had liggen, en met de vraag of zij het onderzoek wilden analyseren en opschrijven. Ook hierbij blijken datasets te zijn gefabriceerd.

Feit is dat het gaat om een grootschalige, langdurige fraude met data, waardoor mensen en met name jonge, aan hem toevertrouwde onderzoekers aan het begin van hun carrière, ten diepste getroffen zijn. Dit is uitzonderlijk laakbaar gedrag waardoor de wetenschap en met name het vakgebied van de Sociale Psychologie in hoge mate is geschaad. Dit wangedrag is voor zover ons bekend zonder precedent voor een hoogleraar in zijn positie.

Bijvoorbeeld het gebruik van een vragenlijst, die volgens de heer Stapel uitgezet was bij een school of onder een groep proefpersonen, terwijl school of proefpersonen niet bestonden of achteraf onvindbaar waren. Hierbij tekenen zich drie vormen af:

(1) het volledig verzinnen van de gegevens;

(2) het verzinnen/aanvullen van het gegevensbestand nadat uit eerste inspectie door de heer Stapel de indruk ontstond dat de data niet dat opleverden (positieve toetsing van hypothesen) wat hij ervan verwacht had en;

(3) wijzigen van (on)volledige gegevens. Het sterke vermoeden bestaat dat deze drie vormen voorkwamen in de werkwijzen die de heer Stapel hanteerde om gewillige datasets te creëren.”

Er is langer onderzoek nodig om de omvang van de fraude te overzien, zegt de voorzitter. Er zullen 130 tijdschriftpublicaties en 24 hoofdstukken in boeken onder de loep moeten worden genomen.

  • Reacties

  • lucas bouwman | 31/10/11 om 22:50

    Niet alleen de sociaal-psycholoog Diederik Stapel staat nu op het schandblok, maar zijn hele onderzoekstak, de onderzoeksdoelen, methoden en controle-mechanismen in de sociale psychologie. Wanneer je als sociaal-psychologisch onderzoeker kennelijk goed kan scoren met resultaten als “vleeseters zijn hufters, mannen liegen meer dan vrouwen of de ideologie van gelijkheid veroorzaakt racisme op de werkvloer” en verwante dubieuze volkswijsheden dan zou een verstandige universiteit zich nu moeten afvragen of ze deze discipline nog wel binnen haar gelederen wil handhaven. Als de affaire Stapel zou leiden tot een grondig wieden binnen de wildgroei van gamma faculteiten zou het uiteindelijk resultaat van de zaak wel eens gunstiger kunnen zijn dan zich nu laat aanzien en ook geschrokken studenten weer gewoon natuurkunde of frans gaan studeren. Sociaal-psychologische vraagstukken zouden door een vooral in klinische meetmethoden geschoolde instelling, zoiets als het CBS, gemeten moeten worden.

  • Peter Olsthoorn | 01/11/11 om 09:53

    U pakt de kern die ik wil benoemen, eerder in een vroeg stadium met Diederik Stapel en Roos Vonk en nu met de kop boven dit verhaal en de nadruk op de ‘wetenschappelijke’ omgeving van Stapel, goed op.

    Ik vind ook nix zieligs aan die promovendi. Hoe kun je nu jaren met een onderwerp bezig zijn en totaal niet kritisch zijn ten opzichte van je dataset, laat staan zelf een check uitvoeren?

    Helaas bagatelliseerde zelfs Robbert Dijkgraaf gisteren in DWDD de kwestie. Hij zit kennelijk te dicht bij het vuur om te onderkennen wat de omvang van dit drama betekent voor de wetenschap in Nederland.

    Ik ben het echter niet met u eens dat we de Sociale Psychologie als wetenschappelijke discipline dan maar moeten opdoeken. Die kun je ook goed beoefenen, maar inderdaad met buitengewoon kritische verzameling van feitelijke data en niet met flutenquetes en gemakkelijke conclusies die nu vaak voor wetenschap doorgaan.

  • Nathan | 01/11/11 om 11:30

    Robert Dijkgraaf is als hoogleraar werkzaam op het Instituut voor Theoretische Fysica aan de Valkenierstraatin A’dam. De eerste directeur van dat instituut was Jan de Boer. Jan de Boer schreef 3 van de 10 inhoudelijke hoofdstukken van het boek “Leerboek der Natuurkunde”, dat van 1947 to 1966 in 7 drukken verscheen. Wat is er zo bijzonder aan dat boek en Jan de Boer? Wel, in dat boek staan niet het electronspin en de namen van de ontdekkers van dat fenomeen, Samuel Goudsmit en George Uhlenbeck. De redacteur Ralph Kronig had dat effect en de namen in zijn hoofdstuk moeten opnemen. Dat gebeurt sinds 1927 wel in alle andere boeken in de wereld, die geheel of gedeeltelijk over de quantum-mechanica en aanverwante onderwerpen gaan. De heer de Boer is niet lang geleden de vraag gesteld waarom die omissie heeft plaatsgevonden. Hij vertelde de vraagsteller, een belangrijk persoon wat subsidies betrof in toegepaste natuurkunde, dat hem de vraag verraste en dat hij dat niet wist. Hij schreef 3 van de 10 inhoudelijke hoofdstukken.
    Dat verraste mij weer, want ik heb quantum-mechanica van hem gekregen. Echter er werd een geheel ander boek gebruikt. Samuel Goudsmit had Kistemaker en Ketelaar ontmaskerd. Zij werkten als spion voor de Duitsers. Kistemaker erkende dat ook tegenover een student die dat in zijn doctoraal scriptie “Façades achter een façade“ verwerkte.
    Toen ik de huidige voorzitter van de Nederlandse Natuurkunde Vereniging, G. van der Steenhoven, over de uitsluiting van Ornstein, Goudsmit en nog een andere wees, schreeuwde hij in de discussie mij letterlijk toe:”Stop, stop, stop, ik ben een belangrijk fysicus.” Bij die discussie werd een lid van het dagelijks bestuur die bij de discussie wilde aanzitten door hem weg gewezen.
    Dus deze machtsspelletjes om het vuil onder het tapijt te houden gelden niet alleen voor de sociale psychologie maar ook voor de natuurkunde. De zaak, die uitgebreid de pers haalde was de Nederlander Debye, die als voorzitter van de Deutsche Physikalische Gemeinschaft de Joden verordonneerde hun lidmaatschap. Hij was een antisemiet wanneer het hem uitkwam. Kortgeleden is een recentie over een boek over o.a. Debye gekomen, “Keine Begeisterung beim Hitlergruß“, Dieter Hoffmann über Peter Debye; Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung.
    Niet in Nederland. Nogmaals, daar houdt men het vuil zolang mogelijk onder het tapijt.

  • Jacqueline | 01/11/11 om 14:11

    @ Olsthoorn: Ik vind u een beetje weinig empathisch ten aanzien van de voormalige AIO’s van Stapel.
    Ik kreeg niet de indruk uit het rapport van de Levelt c.s. dat de promovendi van Stapel uitsluitend zijn gepromoveerd op data die hij heeft aangedragen, maar dat er sprake is van enkele datasets, dus dat een deel van de gegevens gefingeerd is. Ik kan me niet voorstellen dat door alle betrokken jonge onderzoekers zelf geen data zijn verzameld en geanalyseerd, dat hoort toch bij het leren van het vak? Als er inderdaad promovendi zijn die zelf nul komma niks aan dataverzameling en analyses hebben gedaan vind ik die ook niet zielig maar tamelijk gemakzuchtig, maar in de gevallen die ik ken is dat niet zo gegaan en gaat het slechts om een klein deel van de data, vaak natuurlijk wel de meest opzienbarende en interessante resultaten, jammer genoeg.
    Overigens moet je ook niet onderschatten hoe moeilijk het is voor een AIO om gelijk te krijgen in een conflict met een hoogleraar over zaken als databeheer. Een AIO die ontslag neemt of krijgt zonder proefschrift te hebben geschreven krijgt nergens anders een kans omdat iedereen elkaar kent. Een AIO van iemand anders overnemen is ‘not done’. Het is voor AIO’s dus vaak slikken of stikken en je ideaal van een wetenschappelijke carriere dan maar vaarwel zeggen. Alle hulde dus wat mij betreft voor die AIO’s in Tilburg die hem hebben ontmaskerd.
    Ten slotte @ Lucas Bouwman: de sociale psychologie opdoeken lijkt me een beetje drastisch. Het is een discipline waar heel veel bruikbare kennis vandaan komt, ook voor bedrijfsleven en overheid, en toeleveraar van allerlei toegepaste velden zoals Arbeids- en organisatiepsychologie.
    Betere controle op de datasets en veel meer statistische verantwoording lijkt me een heilzamere weg. En men moet ook iets doen aan het review systeem, dat zogenaamd anoniem is maar waar men toch vaak heel goed weet van wie de bijdrage afkomstig is. En zoals uit (goed) sociaal psychologisch onderzoek blijkt :-) worden artikelen die zogenaamd afkomstig zijn van een prominent gunstiger beoordeeld dan hetzelfde artikel als dat wordt toegeschreven aan zomaar iemand zonder prestige. Omdat sociaal psychologen ook maar gewone mensen zijn is het werk van Stapel in de loop van zijn flitsende carriere steeds minder kritisch bekeken, daarom is anonimiteit van een bijdrage van groot belang, zodat je als reviewer niet weet wiens werk je afkraakt.

  • Peter Olsthoorn | 01/11/11 om 20:58

    @Jacqueline U heeft volkomen gelijk wat betreft mijn gebrek aan empathie jegens de AIO’s. Ze hebben het vaak loodzwaar in verschillende opzichten en Stapel is niet de enige hoogleraar met het gedrag van een tiran.
    M’n oordeel is nogal drastisch daar ik denk dat er situaties vergelijkbaar zijn met oorlog en dan heb je de keuze tussen goed en fout hoezeer je ook op de huid wordt gezeten en hoe moeilijk je het ook hebt. Wie voor tirannen zwicht…
    Daarbij kijk ik ook naar de hulde die de klokkenluiders krijgen toebedeeld van de onderzoekscommissie. Als je dat goed leest was het kennelijk ook een kwestie van moed

  • Daphne | 02/11/11 om 15:44

    Hoe kon het fout gaan? Er mist nog een belangrijke derde reden. Onze cultuur van hiërarchie, afhankelijkheid en angst uit ondergeschiktheid. Jammer genoeg is het zo dat je weinig oren vindt wanneer je tegen iemand hoger in macht ingaat en dat je dan je eigen promotie wel op je buik kan schrijven.

  • Jacqueline | 02/11/11 om 20:17

    @ Olsthoorn: Ja, dat is waar, je moet niet voor tirannen zwichten en je ziel en zaligheid verkopen voor een carriere in de wetenschap en die doctorstitel. Inderdaad een kwestie van moed hebben en vertrouwen in je eigen oordeel, maar het is ook een loyaliteitskwestie. Uiteindelijk is het toch niet makkelijk om een mes in de rug te steken van de tiran (Et tu, Brute?), ook al is het soms juist, rechtvaardig en noodzakelijk om iemand weg te krijgen die links en rechts slachtoffers maakt en al lang ontspoord is.
    Het betekent in de praktijk dat je als klokkenluider iemand blootstelt aan publieke vernedering en een doodsklap toebrengt aan zijn carriere. Dat is behoorlijk moeilijk, zelfs als je enorm de pest hebt aan je promotor, laat staan als het iemand is die je graag mag en bewondert.
    Diederik Stapel blijkt een meester te zijn geweest in het manipuleren van mensen, een enkele keer door intimidatie en dwang maar meestal door loyaliteit en bewondering te kweken.
    Het is niet verwonderlijk dat uiteindelijk een driemanschap Stapel heeft ontmaskerd en voldoende vertrouwen heeft gehad in professor Zeelenberg om hem in te lichten en de bal aan het rollen te brengen. Zonder zwaargewicht aan hun kant waren de beschuldigingen waarschijnlijk weer van tafel geveegd als ondenkbaar en/of jalousie de metier.

    @ Daphne: De kwaliteit van de begeleiding en opleiding van AIO’s en daarmee hun bescherming in de afhankelijkheids-relatie die ze hebben met hun promotor is nu een kwestie van willekeur; het verschilt enorm per universiteit en onderzoeksschool. Dat moeten we veel beter regelen.
    Intussen blijft het voor mij een enorme teleurstelling dat de creatieve en mooie experimenten van Stapel frauduleus zijn gebleken. Ik hoop niet dat we in de sociale psychologie in het sprookje van de keizer zonder kleren terecht zijn gekomen, maar ik begin er wel een beetje bang voor te worden.

  • Peter | 03/11/11 om 04:03

    Jacqueline maakt een aantal goede punten. Overigens was het lang niet altijd duidelijk dat de data van Stapel vervalst zouden zijn. Het kon bijv. slordigheid zijn en om dan iemand van fraude te beschuldigen gaat erg ver. Veel hulde voor de klokkenluiders die heel veel onregelmatigheden hebben ontdekt, des te verder ze gingen speuren.

    Overigens lees ik vaak dat het blijkbaar ‘flutonderzoek’ is. Het is wellicht verrassend, maar Stapel was bijzonder goed op de hoogte van het onderzoek binnen de sociale psychologie. Zo wist hij alle bestaande theorieen erg goed en kon zijn ideeen erg goed ‘embedden’ binnen de literatuur. Het zou zelfs zomaar zo kunnen zijn dat veel van zijn papers die teruggetrokken gaan worden wel getest gaan worden, simpelweg omdat het idee wel goed was. Met andere woorden, zelfs als DS de resultaten verzon, blijft de sociale psychologie een sterke wetenschap. DS wist gewoon er veel over en wist hoe hij zijn verzinsels moest plaatsen binnen de context. Misschien kan hij richting marketing gaan ;)?

  • joseph demeyer | 11/11/11 om 02:09

    Interressante en goede discusie. Zelf studeerde ik eind60/70 jaren klinische psychologie in Leiden; en was nooit zo onder de indruk van de nederlandse psychologische wetenschappelijke research, kwanti- en kwali tatief, zeker i.v.m. amerikaanse ( zie toendertijdse Psychological Abstracts). De “publish or perish” mentaliteit was er toen nog niet; maar ook hield men zich (te veel?) bezig met “demokratische principes; etc” ipv research en publikatie ( Voorleggen, ter bekritisering en verdere bestudering, aan de wetenschappelijke commune). Mischien dat daarom de generatie van toen, die de supervisors werden van Stapels, hem niet grondig genoeg in de gaten wisten te houden…Wel een shock hem te zien in de New York Times, meteen na de hoofd pagina ! Mijn amerikaanse collega’s wezen er meteen terecht op dat ook de reviewers van gerenomeerde psychological journals hebben gefaald in hun verantwoordelijkheid research resultaten, voor ze te publiceren, eerst zwaar onder de loep te nemen. Het is immers niet de eerste keer dat psychologische research frauduleus bleek te zijn.

  • jan meertens | 29/11/11 om 18:02

    Ik heb wel enige empathie met de AIO’s. Maar er zijn ook tal van auteurs van naam en faam die zich hebben ingelaten met Diederik Stapel en hem in de slipstream van zijn gefingeerde en zelf gecreeerde succes konden volgen. Deze auteurs bezetten hoge posities. Roos Vonk (Radboud) is daar een voorbeeld van . Maar ook Janka Stoker, vice decaan van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde (RUG) . Stoker is genoemd in de aanhef van het artikel waar we op reageren. Met onderzoeksuitkomsten als: “de crisis vraagt om androgyn leiderschap” hebben opnieuw een voorbeeld populistsch niet-wetenschappelijk bewezen VIVA geleuter waar Stapel, Vonk en dus ook Stoker zich van bedienen.
    Zij (Vonk en Stoker) hadden beter moeten weten en Stapel tegenwicht moeten geven.

  • lucas bouwman | 22/04/17 om 19:06

    De discussie rondom Diederik Stapel is inmiddels wel tot rust gekomen. Blijft echter het wonderbaarlijke aspect van het stijgen van zijn ster, een kans die hem door zijn vakgebied en verschillende universiteiten geboden werd. Wanneer ik op zijn publicatielijst titels aantref als 1) competition, cooperation and effects of others on me (2005), 2) coping with chaos : how disordered contexts promote stereotyping and discrimination (2011), en 3) the credibility of newspapers and fear of crime (2000), dan denk ik aan journalistiek en niet aan wetenschap. Vergelijkbare pretentieuze wangedrochten trof ik in de natuurwetenschappen nooit aan, maar de hoop op zelfreiniging binnen de gammawetenschappen heb ik inmiddels laten varen.

Reageer op dit artikel:

*
To prove you're a person (not a spam script), type the security word shown in the picture. Click on the picture to hear an audio file of the word.
Click to hear an audio file of the anti-spam word

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd en niet aan derden verstrekt.

Omgangsvormen