Moord op 102.000 Joden, Sinti en Roma. Vermoedden we, of zelfs, wisten we het? Allengs heftiger wordt de strijd over het antwoord op deze vraag. Over niet bewust weten en bewust niet weten.
“Wie het wilde weten, kon het weten”, luidt de kop boven een opinieartikel dit weekend in NRC Handelsblad. Het is van Ies Vuijsje (foto), die met het boek Tegen beter weten in ook beweerde dat het Nederlandse volk en de regering te London aan wegkijken deden. Ze hebben tijdens de oorlog vanaf het begin van de deportaties reeds geweten van de moorden aan het eind van de treinlijn.
Hij reageert op het boek ‘’Wij weten niets van hun lot’ Gewone Nederlanders en de Holocaust’ van Bart van der Boom, docent vaderlandse geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Die schreef zijn boek, waarvan de titel ook voor zichzelf spreekt (interview), als reactie op het boek van Vuijsje. Hij houdt een weblog bij, inclusief kritiek op zijn eigen werk.
Ed van Thijn uitte kritiek: Van den Boom verzwijgt dat ‘Londen’ in 1942 wist van de moorden. Hij noemt het boek van Van der Boom om die reden ‘misleidend’. Volgens Van der Boom gaat zijn boek niet over de regering in Londen.
‘Psychisch vraagstuk’
Nelleke Noordervliet schreef na het verschijnen van ‘Tegen beter weten in’ in 2006 de column ‘Barmhartige leugen’, met als conclusie: “Uit de discussie laat zich één conclusie trekken. Het gaat in dit geval niet zozeer om geschiedschrijving als wel in laatste instantie om psychologie. Er waren berichten over de Endlösung, hardnekkige geruchten waarvoor meer en meer bewijzen werden aangedragen.
De waarheid niet onder ogen willen zien omdat zij ongelooflijk c.q. onverdraaglijk is, of omdat men terugschrikt voor de verplichting te handelen ligt in elkaars verlengde. Het is niet fraai, maar het is begrijpelijk, zeker onder de verwarrende oorlogsomstandigheden.”
Toen moest ‘Wij weten niets van hun lot…’ nog verschijnen, want dit bracht de historische vraag van de feiten weer in de schijnwerper. Konden we de moorden vermoeden, of zelfs weten? Waarom zijn niet meer Joden geholpen?
Nelleke Noordervliet komt, vermoed ik, dicht bij het antwoord. Er was geen harde leugen van de ontkenning van de vreselijke gevolgen die Joden te wachten stonden. Wel wist de politieke top meer en zweeg er voornamelijk over via radio Oranje. Dus was het volk hier, inclusief Joden, zich onvoldoende bewust van de ernst van de dreiging ondanks een vaag vermoeden over het noodlot.
‘Bewust weten’
Echter, het begon toch in 1942 met het wegvoeren van Joden zonder goede reden, zonder proces, in goederentreinen. Was dat niet erg genoeg om te weten van groot onrecht? Niet weten speelde zeker een zware rol, maar er waren signalen genoeg. Al vanaf 1934 ving Nederland Joodse vluchtelingen uit Duitsland op. Er waren hier protesten zoals aan de Universiteit Leiden, met harde repercussies.
Tussen kunnen en willen weten schijnt licht, ook nu nog. En vooral tussen niet bewust weten en bewust niet weten.
Moed en/of macht om te handelen ontbraken ook en dat had op zich invloed op het ‘weten’ of willen weten. Ook wij kunnen weten dat met elke hap voedsel die we nemen een Afrikaan het leven laat. Van ‘onze’ oorlogen, zoals in Irak en Joegoslavië, willen we de medewerking aan tienduizenden doden niet weten.
Of dichterbij: elke keer als we gehaast het gaspedaal intrappen, zouden we moeten beseffen het risico te nemen een kind om het leven te brengen. We nemen de circa 20.000 verkeersdoden van de afgelopen twintig jaar ook voor lief.
Willen we dit alles weten? Of we al dan niet kunnen handelen is, hoe gek het klinkt, van invloed op het weten. Niet alleen andersom.
Naast de veelvuldig (en vaak onzinnig) gebruikte term ‘bewust kiezen’ kunnen we ‘bewust weten’ gaan hanteren. Dan moet wellicht Dick Swaab nog aanwijzen waar zich het reservoir ‘onbewust weten’ of ‘veilig weggestopt’ in onze hersenpan ongeveer bevindt.
Klein kan het niet zijn…