Betichten elkaar van leugens 

Gerard Aalders en Cees Fasseur

Eminent historicus Fasseur probeert tevergeefs blazoen van hofschrijver glad te strijken ten koste van querulant Gerard Aalders. Een heuse Historikerstreit, compleet met neiging tot fysiek geweld.

4 oktober 2014, interview met Cees Fasseur (foto) in Volkskrant Magazine onder de veelzeggende kop Biograaf Cees Fasseur ontziet zijn hoofdpersonen niet (geen citaat, maar een vaststelling van de eindredacteur).

Jan Tromp interviewt uitstekend, gericht op de beschuldiging dat Fasseur geen kritisch historicus was voor het koningshuis.

Tromp: “U hebt me ooit gezegd: ze [Beatrix] begreep dat ik de boel niet zou vernachelen.

Fasseur: “’Fair play, hè, daar gaat het om. Het kan me ontzettend boos maken als ik van die valse verhalen hoor over kennis die ik heb achtergehouden. De verhalen van Aalders, om een bekend voorbeeld te noemen. Dan denk ik: gewoon niet eerlijk. Vermoedens, geruchten, loze beweringen en dat dan zo’n beetje aan elkaar schrijven – dat is de werkwijze-Aalders.”

In 2010 moest Fasseur zich verdedigen in een rechtszaak van nazaten van I.G. van Maasdijk, die hij in zijn boek over Juliana en Bernhard had neergezet als een scheurmaker in hun huwelijk

Fasseur: “In die procedure heeft Aalders aan de erven-Van Maasdijk aangeboden om als getuige à charge tegen mij op te treden. Het verzoek is door de rechtbank in Amsterdam niet gehonoreerd. Maar ik dacht: met zo’n enorm oncollegiaal gedrag ga jij, Aalders, een grens over die je niet zou moeten willen overschrijden.’

Tromp: “Bent u echt zo kwetsbaar?”

“’Nou, ik weet niet of je het kwetsbaar moet noemen. Maar soms betreur ik het dat ik niet twee meter lang ben. En oud-karatekampioen.”

Coen Hilbrink, historicus te Zutphen, schrijft daarop een ingezonden brief naar de Volkskrant:

“De aanval van Cees Fasseur op Gerard Aalders mag niet onbesproken blijven, omdat Fasseur zijn collega oncollegiaal gedrag verwijt zonder daarbij de feiten, die hij zeer goed kent, recht te doen.

Een hoofdzonde voor een historicus. Fasseur weet dat Aalders’ werkwijze niet bestaat uit het ‘zo’n beetje aan elkaar schrijven van vermoedens, geruchten en beweringen’, maar in vakkringen juist om zijn nauwgezet archievenonderzoek en grondige documentatie bekendstaat.

Dat moet ook wel, gezien de gevoelige onderwerpen die Aalders in zijn omvangrijke oeuvre behandelt. Hoe men ook over deze veelzijdige geschiedschrijver denken mag, de feiten die hij in zijn publicaties aanvoert, zijn altijd de oogst van grondige research.

Ook weet Fasseur dat de advocaat van de erven-Van Maasdijk Aalders indertijd heeft verzocht een beoordeling te schrijven over het boek Juliana & Bernhard, de publicatie van Fasseur waartegen de familie gerechtelijk in het geweer kwam.

Aalders heeft hierin toegestemd, omdat hij vond dat Fasseur in zijn research voor het boek was tekortgeschoten. Oncollegiaal? Optreden als wetenschappelijk expert in een rechtszaak is niet hetzelfde als optreden als getuige à charge tegen een collega. Dat weet Fasseur, als voormalig rechter.”

Hierop schrijft Fasseur in een ingezonden brief:

“n zijn brief van 8 oktober in de Volkskrant neemt de Zutphense historicus Coen Hilbrink het op voor Gerard Aalders. In het proces van de erven Van Maasdijk tegen mij zou Aalders slechts een beoordeling van mijn boek hebben geschreven ten behoeve van de eisende partij (Van Maasdijk), dus niet meer zijn geweest dan wetenschappelijk expert.

Het lijkt mij dat Hilbrink in zijn research tekort is geschoten. Bij brief van 27 januari 2010 heeft Aalders met zoveel woorden aangeboden voor de rechtbank zijn bevindingen als ‘getuige-deskundige onder ede te herhalen en nader toe te lichten’. In het procesrecht bestaat de figuur van de getuige-deskundige echter niet. Men is of getuige of deskundige.

Ik ben daarom zo vrij geweest in het interview met mij zijn aanbod als dat van getuige à charge te betitelen. Zo was het natuurlijk ook bedoeld. De rechtbank in Amsterdam bleek echter geen behoefte te hebben aan getuige of deskundige Aalders en stelde mij in haar vonnis van 23 maart 2011 op alle punten in het gelijk.”

Aalders’ response

Daarop komt Aalders zelf aan het woord met een ingezonden brief in de krant die ook op zijn site staat, maar in uitegebreide vorm onder het kopje Hofleverancier waarmee hij Fasseur in één woord wegzet. Hij voegt daar een plaatje toe van karate. De afgedrukte brief in de krant luidt:

“Cees Fasseur kan niet tegen kritiek en aangezien ik een van zijn meest uitgesproken criticasters ben, moest ik het in de Volkskrant van 4 oktober ontgelden. Fasseur is woedend op mij en zijn emotionele uitspraken (‘soms betreur ik het dat ik niet twee meter lang ben. En oud-karatekampioen’) suggereren dat hij mij graag in elkaar zou willen slaan.

In zijn reactie op de brief van Coen Hilbrink van 8 oktober (waar hij inhoudelijk wijselijk niet op ingaat), trekt hij welbewust een zin uit zijn verband om toch maar zijn gelijk te halen. Hij suggereert dat ik mij spontaan bij de rechtbank heb aangeboden om tegen hem te getuigen. De door Fasseur geciteerde zin waaruit dat zou moeten blijken is afkomstig uit een brief van mij aan de advocaat van de familie Van Maasdijk. Die had mij namelijk verzocht een beoordeling te schrijven over

Fasseurs boek, Juliana & Bernhard, waarin Gerrie van Maasdijk als een intrigant (of erger) wordt afgeschilderd. Mr. Kaaks richtte dat verzoek tot mij omdat ik een boek had geschreven (Bernhard Zakenprins) als reactie op Juliana & Bernhard van Fasseur, dat mijns inziens getuigde van onvolledig onderzoek.

Op de vraag van mr. Kaaks of ik bereid was mijn beoordeling voor de rechtbank toe te lichten, heb ik uiteraard ja gezegd. De foute voorstelling van zaken van ‘Karate Cees’ – als zou ik mij oncollegiaal en spontaan bij de rechtbank hebben aangeboden – hoop ik hiermee te hebben rechtgezet.”

  • Reacties

  • Ton Biesemaat | 13/10/14 om 08:40

    Geert Mak vluchtte weg, Annejet van der Zijl begreep van inlichtingendiensten geen moer en Fasseur wou zelfs in het hiernamaals niet met me praten. Ik herinner het me nog goed bij de show rondom het qua nonfictie gehalte prulboek van Annejet van der Zijl in de Orangerie te Soestdijk. Fasseur vindt zich al sinds hij Van Agt adviseerde over de drie van Breda en leugenachtig rapport schreef over Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië geweldig. Dus al sinds eind jaren zestig heeft hij last van ernstige windbuileritis.

  • verwarde man | 19/10/14 om 11:28

    De enormiteit dat hofchroniqueur Fasseur exclusief toegang heeft tot de koninklijke archieven maakt ieder historisch discours bij voorbaat zinloos. In de Nederlandse cultuur van Minerva “clientelisme” zijn er slechts weinige dappere historici die deze feodale verhoudingen aan de kaak durven te stellen, Aalders is daar één van. Fasseur valt, na kritiek als door een angel gestoken, door de mand door kritiek te beantwoorden met het verwijt van on-collegialiteit. Het is namelijk hier in den lande de code om geen vakgenoten aan of af te vallen. Ben je een braaf meisje zoals Van Zijl dan is je carrièrepad geplaveid met rozen, ben je een stout meisje zoals Van der Zee dan wordt je ad hominem met gestrekt been neergesabeld.

Reageer op dit artikel:

*
To prove you're a person (not a spam script), type the security word shown in the picture. Click on the picture to hear an audio file of the word.
Click to hear an audio file of the anti-spam word

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd en niet aan derden verstrekt.

Omgangsvormen