800 daders seksueel katholiek misbruik getraceerd 

De doofpotkerk

Uiteraard was het breed bekend. Bisschoppen kunnen allemaal aftreden. En aansprakelijkheid?

Bronnen: Onderzoeksrapport commissie Deetman met Samenvatting (Hele rapport was nog niet beschikbaar).

Eerst deze curieus cynische/sceptische opmerking in de samenvatting die we enkele keren gelezen hebben, met stijgende verbazing over de humor:

“In de vooroorlogse jaren heerste in de Nederlandse samenleving en binnen de Rooms-Katholieke Kerk grote zorg om het zedelijk verval, in het bijzonder van de jeugd.

Daartoe leek ook praktische aanleiding te bestaan. Er was tot in de jaren vijftig sprake van een constante stijging van het aantal zedendelicten, in het bijzonder van ontuchtige handelingen met minderjarigen en seksueel misbruik binnen
afhankelijkheidsrelaties.

Het aandeel van het katholieke bevolkingsdeel was daarbij steeds bovengemiddeld.”

Ex-baas van de R.K. Ad Simonis Ich habe es nicht gewusst conform Duitsers die de Jodenmoord ontkenden. Wellicht was die uitdrukking op z’n plaats. Ook in de volksmond hier werd die meer en meer gebruikt als ware het een leugen, een vorm van blijvend wegkijken. Niettemin bood Simonis wegens de gevoeligheid zijn excuses aan.

Bovendien probeerde Simonis als zo veel geestelijken misbruikkwesties met zo min mogelijk schade voor daders en kerk weg te poetsen.. De man had vanmiddag behalve spijt wederom geheugenverlies. De ‘niet-weten generatie’.

‘Dat kan toch niet waar zijn…’

“De stelling ‘we hebben het niet geweten’ kan niet staande worden gehouden. Men was erbij betrokken en wist zeker wat er aan de hand was. Men probeerde het op te lossen, maar dat is niet gelukt. Bij dat alles was een sterk oog voor de dader, eigenlijk niet voor het slachtoffer. Wat je daar ook van mag vinden. [...] Ook de gezagsfunctie van priesters speelde een rol. Sommigen konden niet gelóven dat priesters de fout in waren gegaan.”

Het was bekend: “Van het eind van de jaren veertig tot het midden van de jaren vijftig was sprake van een opeenstapeling van gedragsregels die zich richtten op het zedelijk leven van de religieuzen. Daarnaast werd er over de problematiek gesproken in menig bestuurlijk overleg.

Er werden pogingen ondernomen om intern, binnen de bisdommen en de ordes en congregaties, bestuurlijk greep te krijgen op ontucht door ambtsdragers en vertegenwoordigers van de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland.

Voor deze periode kan daarom niet worden gesproken van onwetendheid op bestuurlijk niveau door een cultuur van zwijgzaamheid in de verschillende bisdommen, ordes en congregaties. De bestuurlijke aanpak van de problematiek richtte zich primair op ambtsdragers en vertegenwoordigers van de Rooms-Katholieke Kerk.

Van enige hulp of nazorg aan slachtoffers heeft de Onderzoekscommissie in de (kerkelijke) archieven weinig gevonden. Bij de ontwikkeling van een bestuurlijke aanpak was in die tijd de individuele pleger het uitgangspunt. Er was geen structurele benadering van de problematiek.”

Gestoorden, verslaafden en criminelen

Verslaafden en criminelen in priestergewaad: “Een deel van de plegers bleek op tal van andere terreinen problemen te kennen, zoals alcoholisme en financiële problemen. Vaak klaagden bestuurders over deze plegers, die zich moeizaam voegden naar de opdrachten en voorschriften van hun bisdom, orde of congregatie.

Een deel van deze plegers werd al vanaf de jaren dertig psychiatrisch gediagnosticeerd. Behandeld geneesheren spraken zich desgevraagd uit of deze plegers geschikt waren voor het werkveld waarin ze stonden, of herstel mogelijk was en wat dan een passend werkveld zou zijn.”

Gestoorden ook: “Bestuurders zelf stelden aan het eind van de jaren veertig en ook de eerste helft van de jaren vijftig vast dat er onder hun kandidaten in toenemende mate jonge mannen zaten met psychische problemen, meestal aangeduid in termen van neurose.

De kandidaten werden nog tijdens hun opleidingstijd doorgestuurd naar een psychiater. Psychische problemen waren vaak geen beletsel voor intrede. Deze ongeschreven beleidslijn stond op gespannen voet met Romeinse richtlijnen ten aanzien van de selectie van kandidaten, tenminste als de psychische moeilijkheden ook met seksualiteit te maken hadden of zich in lichamelijk-seksuele zin uitten.”

Misdadige Broeders van Liefde

Repeterend misbruik ook: “De Onderzoekscommissie is tijdens het archiefonderzoek gestuit op gevallen van seksueel misbruik, waarbij de pleger in zijn jeugd slachtoffer was van zulk misbruik. Vaak had het misbruik in de vorming- en opleidingsfase plaatsgevonden van de congregatie of orde waarin zij waren ingetreden.

Broeders van liefde: “Zo zijn er bij de Broeders van Liefde aanwijsbare sporen van misbruik van de eigen kweek aangetroffen. Doorgaans betrof het jongens tussen de twaalf en vijftien jaar oud.

Lokale en provinciale oversten gingen zeer omzichtig met zulke misbruikgevallen in de eigen opleiding uit vrees dat zulk grensoverschrijdend gedrag zou leiden tot het vertrek van een slachtoffer.”

Zo heeft het verbod op lichamelijke kastijdingen van de Broeders van Liefde niet verhinderd dat deze broeders de kinderen in internaten, waaronder Eikenburg en Jonkerbosch hardhandig aanpakten. Oud-pupillen hebben melding gemaakt van hard slaan, geen eten krijgen of letterlijk langdurig buiten in de kou gezet worden.

Het geweld had ook een seksuele lading. De pupillen die bang waren voor onberekenbaar en gewelddadig gedrag van broeders zorgden ervoor dat ze bevriend raakten met hen en daardoor gemakkelijker slachtoffer konden worden van seksueel misbruik.

KVP-politici betrokken

“Bij de priesters van het Heilig Hart van Jezus in Huize St. Jozef in Cadier en Keer is de Onderzoekscommissie gestuit op excessieve vormen van geweld, gecombineerd met seksueel misbruik.

Dit misbruik kwam in 1959 aan het licht tijdens een proces tegen een broeder die zich in Huize Meerssenhoven en ook in Heel schuldig had gemaakt aan seksueel misbruik. Klachten die daarover eerder voorzichtig waren geuit, waren door het bisdom Roermond nauwelijks onderzocht en bovendien gebagatelliseerd.

In het tehuis Harreveld van de (bisschoppelijke) congregatie van Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten, beter bekend onder de naam Broeders van Amsterdam, deed zich in het midden van de jaren vijftig een ‘crisis’ voor die aanleiding was voor kardinaal Alfrink een visitatie in Harreveld te laten uitvoeren.

De toenmalige overste van de communiteit op Harreveld, zelf direct betrokken bij het misbruik, bleef deel uitmaken van de congregatie. Inspectrices van de kinderbescherming luidden de noodklok en justitie bemoeide zich ermee, ondanks pogingen van de broeders om vooraanstaande rooms-katholieke politici een goed woordje voor hen te laten doen.”

Kloostermisbruikcultuur

“Ook bij de salesianen van Don Bosco, waarover de Onderzoekscommissie relatief veel meldingen ontving, heeft de Onderzoekscommissie misbruik van de eigen kweek aangetroffen.

De normen en voorschriften van deze congregatie in gevallen van misbruik waren streng maar werden met grote soepelheid toegepast. Er zijn aanwijzingen dat seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens de eigen kweek wellicht tot de interne kloostercultuur heeft behoord.

Wanneer de verantwoordelijke superieuren (waarschijnlijk of zeker) op de hoogte waren van misbruikgevallen, was overplaatsing (eventueel naar het buitenland) één van de meest toegepaste maatregelen. Boete doen, overplaatsing en eventuele behandeling was aantrekkelijker dan uitzetting uit de orde om verlies van leden of een schandaal te voorkomen.

Dat er binnen de congregatie van meet af aan een ‘cultuur van het zwijgen’ bestond, is niet ongewoon voor dergelijke organisaties met een sterk esprit de corps.”

Bisschoppelijke oogkleppen

Na het midden van de jaren vijftig stopt de relatief grote aandacht voor seksueel misbruik tamelijk abrupt stopt, een enkele uitzondering uit de late jaren vijftig en zestig daargelaten. Min of meer parallel daaraan verdwijnt ook de hulpverlening aan priesters en broeders met problemen van de bestuurlijke agenda van bisschoppen en hogere oversten.

Omdat de problematiek van seksueel misbruik werd gedefinieerd als een individueel probleem, leidde het indertijd niet tot meer beleidsmatige of structurele aandacht, ondanks dat verantwoordelijke ambtsdragers onder wie de kardinaal, bisschoppen en hogere oversten, veelal op de hoogte waren van de problematiek.

De tweede keer dat de problematiek werd geagendeerd was in 2003 naar aanleiding van een overzicht van de voorzitter van Hulp & Recht met 47 meldingen van seksueel misbruik, die in 2002 bij Hulp & Recht waren binnengekomen.

Het aantal van 47 meldingen was in die tijd ongekend hoog en circa 20 meldingen hadden betrekking op seksueel misbruik van minderjarigen. Het overzicht werd door de Bisschoppenconferentie voor kennisgeving aangenomen.”
[Simonis was nog de baas en sprak niettemin van 'tien' gevallen die hem gedurende zijn termijn bekend waren geworden.]

OM moest erbuiten blijven

Van onwetendheid van bisschoppen en andere kerkelijk bestuurders over de problematiek van seksueel misbruik was echter ook geen sprake…

…Aangifte doen behoorde niet tot het bestuurlijke repertoire, noch van de (aarts)bisschop, noch van overste. Dat werd aan de slachtoffers en hun ouders overgelaten, die daartoe vaak niet werden aangemoedigd.

De maatregelen die tegen plegers werden genomen hadden vooral het karakter van interne maatregelen zoals overplaatsen, met vervroegd emeritaat sturen of (tijdelijk) op non-actief stellen.

De Onderzoekscommissie plaatst een kritische opmerking bij de aarzelingen, soms de onwil van kerkelijke en religieuze bestuurders het Openbaar Ministerie op de hoogte te stellen. Er bestaat immers een wettelijke plicht om verkrachting ter kennis te brengen van het Openbaar Ministerie.”

Bisdom Rotterdam

“Zo werd zelfs nog in de jaren tachtig in het bisdom Rotterdam tegen de adviezen van de toenmalige selectiecommissie in, mannen toegelaten tot de priesterwijding die daarvoor niet voor geschikt werden geacht en van wie een aantal zich aan misbruik van minderjarigen heeft schuldig gemaakt.

Op hun misdrijven en misdragingen is geen enkele vorm van correctie of een voorzorgsmaatregel genomen om herhaling te voorkomen, terwijl dit naar buiten toe wel werd volgehouden.”
(Het gaat om een handjevol priesters, dit is waarschijnlijk te herleiden…)

Cijfers:

* Op grond van de meldingen zijn in totaal ongeveer 800 namen van plegers te
herleiden tot personen die werkzaam zijn of waren in bisdommen, ordes en
congregaties. Van deze 800 personen is bekend dat er nog minstens 105 in leven zijn.

* De Onderzoekscommissie heeft tussen maart en december 2010 zo’n 2000 meldingen en berichten ontvangen, waarvan 1795 betrekking hebben op seksueel misbruik van minderjarigen binnen de Rooms-Katholieke Kerk tussen 1945 en 2010.

* Het aantal slachtoffers dat rooms-katholiek is opgegroeid, een deel van zijn jeugd heeft doorgebracht in een rooms-katholieke instelling en melding maakt van seksueel misbruik voor het achttiende jaar door een pleger werkzaam binnen de Rooms-Katholieke Kerk, gepleegd in de periode tussen 1945 en 1981, betreft circa 10.000 tot 20.000 personen. Het gaat hier om ervaringen die uiteenlopen van zeer licht tot ingrijpend.

* Het totaal aantal personen dat seksueel misbruik meldt, door plegers werkzaam in de Rooms-Katholieke Kerk in de periode 1945 tot 1981 bedraagt enige tienduizenden. Hiervan mag worden aangenomen dat enkele duizenden ernstige misbruikervaringen hebben opgedaan.

* Uit een enquete van TNS Nipo zou blijken dat één op de tien Nederlanders voor hun achttiende jaar tegen zijn of haar zin seksueel is benaderd door een meerderjarig niet-familielid (9,7 procent uit een steekproef van 34.234 Nederlanders van veertig jaar en ouder).

  • Reacties

  • nathan | 16/12/11 om 14:34

    Dit rapport is een grote verdienste van Deetman. Maar wat moet ik als ingezetene van Nederland daarmee? Emigreren?
    Deze grote leugen over ethiek van de katholieke kerk blijft natuurlijk niet beperkt tot de leiders en schaapjes van deze kerk of andere kerken. Kortgeleden heeft Bas Heine een lezing getiteld Militant Humanisme gehouden. Ik zag weer eens de vrijblijvende prietpraat van salon-humanisten, niet alleen van Bas Heine maar ook in de wandelgangen.
    Neen, deze wormen en maden zijn overal gratis verkrijgbaar. We zijn nu alleen op de feiten gedrukt dat de meest onschuldige wezens van de ‘schepping’ slachtoffer zijn van G’ds dienaar. Buiten de familie is de misbruik 1 op 10. Wat had u van binnen de familie gedacht? Terecht
    dat Deetman dat niet aanhaalt, want dan wordt hij beschuldigd van afleidingstrucjes, die politici al te graag gebruiken. En we zagen er een aantal van een bekende partij bij de HV-lezing.
    Goed werk gedaan, Deetman. Nu moet de goeie gemeente het nog even extrapoleren naar andere gebieden, wat normen en waarden betreffen. Van journalisten mag dat echter niet, of toch wel Pjotr3?

  • Marieke | 16/12/11 om 14:54

    Daar waar mensen absolute macht willen over andere mensen, is er een verhoogd risico. Dat geldt voor: ouders, hulpverleners, kerkelijken, leraren, politie etc etc. Juist de beroepen die als sociaal bekend staan, zijn extra handig, want het wordt minder snel erkend. De combinatie van absolute macht en morele verhevenheid… fout.

  • Pieter | 16/12/11 om 19:48

    Lid van de commissie Deetman is mr P.J. Kalbfleisch, voormalig collega van de pedofiele Haagse rechters Rueb (zie boek Yvonne Keuls) en Stolk die een relatie had met Koos H, die 3 meisjes heeft vermoord. De top van de RB, waaronder Kalbfleisch was daarvan op hoogte en heeft nooit actie ondernomen tegen deze criminele rechters. Desondanks lid commissie Deetman. Heeft de commissie ook onderzocht waarom de al jaren van pedofilie beschuldigde SG Justitie Joris Demmink aanwezig was bij de inzegening van aartsbisschop Eijk? Zie http://www.klokkenluideronline.nl/artikel/7150/demmink-met-misbruikers-ter-kerke.html. Te zien onder logo Ned3.
    Waarom heeft Justitie kindermisbruik RK nooit onderzocht waardoor alles nu verjaard is en schuldigen ontsnappen? Waarom vervolgt Justitie (dus Demmink) Demmink niet ondanks 4 aangiftes?

  • pettjo | 16/12/11 om 22:11

    Volgens de presentatrice van Tros Nieuwsshow van vorige week zaterdag bestond de commissie Deetman (onderzoek misbruik in de RK kerk) uit puike onderzoekers zoals de heer Pieter Kalbfleisch, die volgens haar nog steeds de hoogste man van de NMA zou zijn.
    Dit is zeer onjuiste en tendentieuze berichtgeving op Radio 1 (publieke omroep) over zo’n heikel onderwerp..
    Lees:
    http://www.nma.nl/over_de_nma/raad_van_bestuur/default.aspx

  • pettjo | 16/12/11 om 22:41

    Dankzij Micha Kat weten we dat Pieter Kalbfleisch als voorzitter van de NMA een onderzoek naar Haagse kartelvorming in de kinderopvang liet saboteren (Demmink woont in De Haag en had zelfs kinderopvang op zijn adres in de Riouwstraat totdat o.a. Klokkenluideronline er lucht van kreeg).

  • Michael | 16/12/11 om 23:07

    Beatrix regeerperiode zal de geschiedenis ingaan als de donkere pedojaren die veel leed hebben teweeggebracht

  • Henk en ook Ingrid wel hoor | 17/12/11 om 00:15

    @Pettjo
    Mooi man dat ik je hier weer eens lees. Had het toen vreselijk te doen met je weet je nog? In de kroeg nog inzameling voor je gehouden, maar leverde helaas niet veel op. Nog onder lekker biertje naast de wijffies het nog over je problemen gehad en nog geoppert dat je het best eens in terapie kon gaan, maar daar gelooftte je toen niet in. Later bleek je gewoon beetje gefrustreed omdat je plasproject op schrikdaard werd afgewezen voor subsidie. Wij vonden dat nog een rete kool, en hebben dat nog ook ingezameld. Jammer dat we nooit meer van je gehoord hebbe. toch blij nu iet ter horen.

  • pettjo | 17/12/11 om 00:21

    Overigens had Micha Kat ook met de NMA voorzitter Pieter Kalbfleisch een heugelijk JDTV video interview van meer dan een half uur waarbij de heer Kalbfleisch zegge en schrijven 0 (ant)woorden gaf op de beschuldigingenstroom van Micha. Zelden een corrupte regent – ook letterlijk – zo af zien gaan..

Reageer op dit artikel:

*

*

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd en niet aan derden verstrekt.

Omgangsvormen