De Goudstikker-collectie en andere 'roofkunst' 

Erfgenaam met een geurtje

Leugens-onderzoek, voor de NRC-discussie over Joodse terugvordering van kunst.

NRC Handelsblad publiceerde een artikel over zware morele druk op kunstbezitters door erfgenamen van vroegere Joodse eigenaren, die zelfs bureaus inhuren om met een beroep op de Holocaust te proberen voor relatief weinig geld kunst in handen te krijgen. Particulieren hoeven niet terug te geven. Voer voor flinke discussie.

De beroemdste zaak is die van de Goudstikker-collectie. En daar is meer over te vertellen dan in de media of het gedegen boek ‘Roofkunst – De zaak Goudstikker’ van Pieter den Hollander is gepubliceerd.

De Nederlandse staat droeg 202 schilderijen uit haar bezit van 267 werken, de zogenaamde Goudstikker-collectie, over aan de erfgenamen van de in de nacht van 15 op 16 mei 1940 omgekomen Joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker. De onbetaalbare collectie met werk van onder anderen Jacob van Ruysdael, Jan Steen, Pieter de Hoogh en Gerard ter Borch is nu van Marei von Saher. Zij kreeg de collectie op moreel-ethische en niet op juridische gronden.

In mei 1940 probeerde Goudstikker, toen de rijkste kunsthandelaar van Nederland, met een schip naar Engeland te vluchten. Maar hij viel in het ruim en overleed. Zijn vrouw, de voormalige Weense zangeres Dési von Halban, kwam in de Verenigde Staten terecht. De kunstcollectie, volgens Goudstikker bij zijn vertrek ruim 1.1100 stukken, viel ten prooi aan de Nazi’s.
De in Nederland woonachtige Abwehr-spion en bankier Alois Miedl kocht met slinkse trucs de collectie op, plus de panden van Goudstikker zoals kasteel Nijenrode. Miedl was bevriend met Hermann Goering, die het grootste deel van de Goudstikker-collectie verwierf.

Miedl nam in 1944 – ten tijde van D-Day vanuit Nederland de benen naar Spanje om daar later ook voor uitgeweken Nazi’s (naar bijv. Zuid-Amerika) te werken. Hij leerde ook Prins Bernhard kennen.

Na de oorlog vorderde de Nederlandse staat de Goudstikker-collectie. Weduwe Dési Goudstikker-von Halban vocht deze naasting aan. In 1950 trouwde ze Edward von Saher. Al die jaren bleef, met vooral als drijvende kracht haar tweede man Edward von Saher, Dési de Nederlandse staat bestrijden met claims om de schilderijen terug te krijgen.

Met beperkt succes: ze kreeg er 32 van musea en kocht er een aantal. Totdat D66-staatssecretaris Medy van der Laan besloot in februari 2006 nog 202 kostbare schilderijen terug te geven aan Marei von Saher. Zij is de vrouw van Dési en Jacques Goudstikkers zoon Edouard. Die nam inmiddels de naam van zijn tweede vader Von Saher aan.

Zowel Edward von Saher als de zoon van Jacques en Dési Goudstikker overleed in 1996. Toen bleef er nog maar één erfgenaam over: de voormalige Duitse Holiday on Ice-kunstschaatster Marei von Saher-Langenbein (foto).

Wie was Von Saher?

Achter de naam Edward von Saher, de man die de gevechten tegen de Nederlandse staat voerde voor Dési, verschool zich een interessante persoon. Deze A.E.D. von Saher treffen we aan in een stuk van het Gemeentearchief Amsterdam. Von Saher wordt in ‘Rotterdam werd verraden’ van Loek Elfferich (1) genoemd als lid van de Deutsch Niederlí¤ndische Gesellschaft (DNG); een club van Duitse en Nederlandse zakenlui die de betrekkingen tussen Nazi-Duitsland en Nederland nog beter wilden maken dan ze al waren.

Deze club telde vooral veel Duitse SS-sympathisanten, van wie sommigen Nederland onderdeel wilden laten worden van het groot-Germaanse Rijk onder aanvoering van Hitler. Ere-voorzitter van de DNG was de zwager van koningin Wilhelmina, een SS-lid en (dus) fervente Nazi. Daarnaast zat in de DNG August Diehn, de halfbroer van Prins Hendrik, echtgenoot van koningin Wilhelmina.

Edward von Saher zat in de DNG namens de Kamer van Koophandel voor Duitsland. Leden waren ook nazi’s als Gí¼nther Frank Fahle en Max Ilgner, beiden van de chemiereus IG Farben, een belangrijk bedrijf voor de Nazi’s. Frank Fahle confereerde ongeveer één maand voor de Duitse inval in Nederland nog met Bernhard in Laren (bron: OSS-dossiers, de voorloper van de CIA, zie p10.jpg en p11.jpg). Zowel Prins Bernhard als Frank Fahle waren werkzaam geweest bij de inlichtingendienst NW7 van IG Farben die zeer nauw samenwerkte met de Duitse militaire geheime dienst Abwehr. (Frank Fahle is een verhaal apart omdat hij net als Bernhard ook opdook in de naoorlogse corruptie-affaire Lockheed.)

Kortom, het gezelschap waarin Von Saher zich bevond was niet geheel zuiver op de graat. Toch vertrok Edward von Saher vlak vóór het uitbreken van de oorlog in september 1939 naar de Verenigde Staten. Mogelijk om handels- en industriebelangen zoals patenten voor de Duitse multinationals veilig te stellen. Ook IG Farben-intimus (en Prins Bernhard vriend) Fritze ging naar de VS (zie p9.jpg) vanwege Duitse patenten en handel met de VS.

Von Saher trok de aandacht van Amerikaanse geheime diensten, maar die lieten hem – voor zover bekend – met rust. Overigens hield in een gesprek met de journalist René Zwaap de zoon van Von Saher uit een eerder huwelijk vol dat zijn vader een overtuigde anti-Nazi van het eerste uur was. Een chauffeur van Von Saher, een voor de communisten uitgeweken Rus, zei ook dat Von Saher Joden hielp om uit Duitsland te vluchten. Dat was de reden om in 1939 uit te wijken naar Amerika.

In een verhoor met de Amerikaanse OSS (zie p6.jpg) zegt Von Saher al in 1929 alle banden met Duitsland te hebben verbroken. Dit is absoluut gelogen. Want in 1936 overhandigde Von Saher nog een schilderij aan Reichsminister dr Frank ((bron: Het Vaderland 1936), de latere ‘slager van Polen’ voor Hitler (2)

Dus deze Von Saher streed voor de schilderijencollectie van de Joodse Jacques Goudstiker. Het is de aangetrouwde draagster van de naam Von Saher die op grond van morele en ethische normen van de Nederlandse staat een immense kunstschat terug kreeg.

Het kan raar lopen in de wereld van leugen en waarheid”¦

(Bronnen onder meer documenten uit de Amerikaanse National Archives: Netherlands- Gehrard Fritze, Alois Miedl, Edward von Saher, art looting, etc, 1944-1945″; 31597, WASH-REG-AD7; COI/OSS Central Files 1942-1946 (RG 26, A1, Entry 92, Box 531, Folder 7); Records of the Office of Strategic Services [OSS], Record Group 226, National Archives at College Park , alle documenten uit dat dossier zijn in het bezit van de auteur)

Met dank aan journalist Réne Zwaap

(1) Naam komt ook voor in vooroorlogse kranten als het om de DNG en de Duitse Handelskamer gaat

(2) Maar ook in de vóóroorlogse kranten Von Saher nog genoemd in verband met de DNG, tot 1939. Tot zijn vertrek naar Amerika was hij een expert op het gebied van de Nederlands-Duitse handel

  • Reacties

  • René | 23/11/09 om 11:51

    Details over Alois Miedl en de verkoop van de Goudstikker-collectie in 1940 zijn ook terug te vinden in het verhoor van Georg Eidenschink, ‘Camp Moosburg’, nov.1945 :
    http://library2.lawschool.cornell.edu/donovan/pdf/Batch_7/Vol_XVII_53_015_01.pdf

  • OGH | 26/12/10 om 06:00

    Het klopt denk ik niet dat zowel Edward von Saher als de zoon van Jacques en Dési Goudstikker Goudstikker Edo van Saher] overleed in 1996″. Dési en haar zoon Edo overleden in 1996. Edward (A.E.D. von Saher) moet hoogstwaarscijnlijk eerder overleden zijn want hij was in 1890 geboren. Desgewenst heb ik daar een bron voor.

  • Simon le Bon | 07/11/13 om 22:06

    Het vreemde van het verhaal vind ik dat er totaal geen erfbelasting (voorheen successierechten) betaald hoefde te worden, als erfgenaam betaal je volgens de Nederlandse wetgeving al gauw 20%. Wanneer je in Nederland een erfenis krijgt, zit de fiscus al gauw bovenop je.

  • Myrthe von saher | 11/09/15 om 06:17

    Mijn achternaam is ook von saher

  • H.J. Ketelaar | 25/02/16 om 13:54

    bdomse

    Ik zat de oorlogsjaren in de klas bij Hans Alois Miedl – zoon van de kunstrover Miedl – tot hij met zijn ouders en zuster in 1944 vluchtte (ik dacht via Italie op de Duitse papieren van vader Miedl en opgevangen door de Amerikanen op de joodse achtergrond van moeder Miedl). Later woonde hert gezin in Spanje. naar ik ooit hoorde kwam Miedl Sr. eens met ee n vrijgeleide van de Nederlandse regering naar Nederland voor zijn claim op kunst die hij naar eigen zeggen al voor de oorlog bezat.
    Het ‘ingepikte’ buiten Oostermeer in Ouderkerk was inderdaad grandioos en ik moet zeggen dat ik en andere schoolvriendjes van Hans Alois daar graag met zijn enorme verzameling Duits speelgoed kwamen spelen. Een van die vriendjes van Joost Braat, zoon van een kunstenaarsechtpaar in Amsterdam waarvan de man een leidende rol speelde in het Amsterdamse kunstenaarsverzet. Het kan vreemd lopen ….

    H.K. Ketelaar

Reageer op dit artikel:

*
To prove you're a person (not a spam script), type the security word shown in the picture. Click on the picture to hear an audio file of the word.
Click to hear an audio file of the anti-spam word

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd en niet aan derden verstrekt.

Omgangsvormen