Naar gelang er meer te verdienen is 

Industrie financiert ook patientenclubs

Wederprestaties van verenigingen meestal verzwegen.


Gelezen: Trouw

Leugens.nl berichtte over sponsoring van stichtingen in de zorg. Waarom schreven we dan niets over een eerdere onthulling over patií«ntenverenigingen? Dat vroeg een lezer.

Zij heeft gelijk. Het argument van Trouw: het geld van sponsoren gaat vooral naar verenigingen waar ze het meest aan kunnen verdienen. Naar wat de krant noemt ‘lucratieve aandoeningen’.

Er zijn in Nederland ongeveer 400 patií«ntenverenigingen actief. Daarvan ontvingen er 74 sponsorgeld, 2,2 miljoen in totaal.

Van die som ging 1,8 miljoen euro, 80 procent naar patií«nten die veel slikken. Nog 400.000 euro is verdeeld onder 60 patií«ntenclubs.

“Industrie sponsort winstgevende ziekten”, concludeerde dus onderzoeksjournalist er Joop Bouma in zijn kop boven het artikel.

Dit is een eenzijdig beeld. Dat schreef wetenschapsjournalist Simon Rozendaal afgelopen week in Elsevier. Hij sarde Trouw met de kop ‘Succesvolle bondgenoten’. Hoe dat zo?

Volgens Simon Rozendaal – ook erelid van de club van chemiebedrijven – is de sponsoring juist vruchtbaar. Een voorbeeld: de Borstkankervereniging kon dankzij de samenwerking met Roche openbaren dat geneesmiddel Herceptin veel te weinig werd voorgeschreven. Het percentage vrouwen dat het medicijn kreeg steeg van bijna 40 procent in 2005 naar 80 procent eind 2006.

Rozendaal vindt Herceptin een ‘wonderschoon medicijn’. Hij noemt een tweede voorbeeld waarin een patií«ntenvereniging ‘dolblij’ is met samenwerking met een farmaceut: Bloedlink heeft de 150.000 euro van de industrie hard nodig.

Er is een gezamenlijk belang: patií«nten opzoeken met erfelijk belaste cholesterolhoogten. Daarmee kan de club de voorlichting uitbreiden. En de industrie meer medicijnen verkopen.

Dat is gericht tegen lakse artsen. Citaat Rozendaal: “Het enige probleem is dat artsen niet genoeg patií«nten opsporen en bovendien medicijnen voorschrijven die niet krachtig genoeg zijn.”

Vervolgcitaat Bloedlink-voorzitter: “De industrie helpt ons om daar verandering in te brengen”¦Er is geen partij die zoveel van medicijnen weet als de industrie zelf”¦Van wie zouden we anders het geld krijgen.”

Deze theorie: artsen moeten patií«nten opsporen. Dat doen ze onvoldoende. Artsen moeten zwaardere medicijnen voorschrijven. Dat doen ze onvoldoende. Patií«ntenvereniging en de medicijnproducenten hebben een gezamenlijk belang. Dus is het gerechtvaardigd dat de industrie de verenigingen betaalt voor hun marketing.

De jaarverslagen van Bloedlink melden overigens 182.000 euro van farmaceutische sponsors in 2005 en bijna 164.000 euro in 2006.

De wederprestaties noch de namen van sponsors zijn duidelijk vermeld door de verenigingen, net als we lazen over de sponsoring van de Hart- en de Nierstichting.

Reageer op dit artikel:

*
To prove you're a person (not a spam script), type the security word shown in the picture. Click on the picture to hear an audio file of the word.
Anti-spam image

*
To prove you're a person (not a spam script), type the security word shown in the picture. Click on the picture to hear an audio file of the word.
Anti-spam image

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd en niet aan derden verstrekt.

Omgangsvormen