Dimitri Verhulst en Michel Houellebecq 

Autobiografisch

Fantasie voedt fictie. Fantasie komt voort uit de schrijver, een product van zijn ‘nature and nurture’. Is fictie autobiografisch? Overbodige vraag…

Gelezen: Volkskrant

In Van Dale staat over autobiografisch: “de autobiografische elementen in een roman die over de schrijver zelf gaan.” Deze beschrijving lijkt me een pleonasme: “uitdrukking waarin eenzelfde begrip dubbel is uitgedrukt.”

Misschien is deze fout van Van Dale onderdeel van het probleem dat we hebben met het vaststellen of een roman autobiografisch is. In een scherp commentaar over de benadering van de nieuwe roman van Dimitri Verhulst, De pruimenpluk, schrijft Wilma de Rek: “Nog niet eens zo lang geleden gold de vraag naar het autobiografische gehalte van een roman als onbetamelijk. Kunstenaars werden geloofd als ze zeiden dat dichters de waarheid liegen (Bertus Aafjes), dat kunst een leugen is die ons de waarheid doet begrijpen (Picasso), dat waarheid een hersenschim is (Jan Greshoff).

Maar de moderne consument neemt daar geen genoegen meer mee, in deze door emoties en echtheid en #stilvan geobsedeerde tijd. De roman, altaar van de verbeelding, wordt gereduceerd tot springplank vanwaar een stagedivende schrijver zijn diepste zelf het publiek insmijt. Over hoe dat komt en wiens schuld het is, valt veel te zeggen; of het tij ooit keert, weet niemand. Maar het zou schelen als journalisten ­proberen De Vraag niet meer te stellen.”

Daar is nog zoveel over zeggen. Neem een recente recensie van Serotonine van Michel Houellebecq door dezelfde Wilma de Rek. Ze citeert daar uit zijn debuut ‘De wereld als markt en strijd’: “Meteen aan het begin van die roman ontvouwde Houellebecq zijn wereldbeeld, het decor van al zijn werk: ‘In zijn huidige vorm is de wereld pijnlijk en ontoereikend; ik geloof niet dat hij kan worden veranderd.’

Op dezelfde pagina gaf hij zijn definitie van de roman: ‘Een opeenvolging van anekdoten waarvan ik de held ben. Die autobiografische keuze is niet werkelijk een keuze; in ieder geval heb ik geen andere mogelijkheid.’”

Want wat is ieders observatie van het eigen leven meer dan een serie beelden? Die na verloop van tijd alsmaar meer gaan afwijken van de realiteit waar ze eens van afgeleid werden. De omgekeerde vraag: vormt je eigen leven dus per definitie in je geheugen een roman?

Moet je dan ‘autobiografisch’ gewoon niet benoemen? Dat ook weer niet. Nog een citaat, uit de necrologie van Renate Dorrestein door Aleid Truijens: “Elke keer moest ze het weer uitleggen, in interviews, tijdens lezingen: nee, haar romans zijn níet autobiografisch. Haar nonfictieboeken wel, zoals Heden ik, over de ziekte ME waaraan ze een tijd leed. Maar zij viel niet samen met haar roman personages. Ook niet die ene vrouw in de overgang, of die kinderloze stiefmoeder, al leek dat misschien zo.”

Reageer op dit artikel:

*

*

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd en niet aan derden verstrekt.

Omgangsvormen