Hardnekkig misverstand? 

Harriet Duurvoort en Voltaire

Huidige witte Nederlanders hebben zich niet bezondigd aan slavenhandel en geen enkele gekleurde Nederlander is slaaf geweest, voor zover bekend. Toch voelt een deel van de ene groep zich slachtoffer en bestempelt de andere kleur als dader. Met ook een onterecht beroep op Voltaire.

Gelezen: Volkskrant 17 november 2018

Als huidige witte Nederlanders collectief schuld wordt verweten aan slavenhandel, kun je dat dan als racisme beschouwen? Immers, er vindt discriminatie op grond van huidskleur plaats. Een filosofisch dingetje, maar toch. Beoordeel individuen, geen groepen, ben je van veel verwijten af. Trouwens, het Nederlands voetbalelftal (m.)….

Terug naar het onderwerp. In een boeiend debat met Herman Vuijsje over zijn boek Zwartkijkers oppert de mild-kritische Harriët Duurvoort:

‘Over Suriname gesproken: toen ik ooit een Parijse kennis, een Frans- Kameroenese cineast, vertelde van Nederlands-Surinaamse afkomst te zijn, zei hij: ‘Oh, Suriname, van Voltaire.’ Dat had hij in Kameroen, toen nog een Franse kolonie, op school gehad. Voltaire schreef toen dat hij de Nederlanders in Suriname de meest wrede slavenhouders vond die hij op zijn reizen had meegemaakt. Ik had over Voltaire geleerd, maar wist nooit dat hij zijn geest over Suriname had laten schijnen en dit over Nederlanders had beweerd.’

In een ingezonden brief schrijft historicus Roelof van Gelder:

‘Het is een mythe waarvoor Voltaire voor de helft verantwoordelijk is. In zijn Candide uit 1759 belandt de gelijknamige hoofdpersoon in Suriname waar hij een eenbenige slaaf aantreft, eigendom van de onsympathieke koopman Vanderdendeur. De slaaf, die ook nog een hand mist, vertelt hem dat zijn been is afgezet als straf voor zijn poging om weg te lopen van zijn plantage. Zijn hand moest eraan geloven omdat zijn vingers in de suikermolen waren vermalen. ‘Dat is zo hier het gebruik’, zegt de slaaf. Voltaire is nooit in Suriname geweest en wist er ook niets van af. Hij keerde zich in feite tegen de Franse kolonialen, maar kon dat wegens de censuur niet opschrijven. Zo kregen de Nederlanders, met wie hij wegens een uitgeversgeschil nog een appeltje te schillen had, dankzij dit wereldwijd vertaalde boek de naam extreem wreed te zijn.

De tweede bron voor de mythe is afkomstig uit het boek Narrative of a Five Year’s Expedition against the revolted negroes of Surinam, uit 1796, geschreven door de Nederlands/Schotse officier John Gabriel Stedman. Daar staat het cruciale zinnetje dat Stedman in Suriname ‘cruelties’ heeft gezien waarover hij in de Britse kolonies nooit had gehoord. Maar Stedman is, zoals ik in mijn recente biografie Dichter in de jungle aantoon, in geen enkele Britse kolonie geweest en bovendien heeft hij dat gewraakte zinnetje nooit geschreven.

Zijn Londense uitgever heeft het er in de uiteindelijke, gedrukte versie van het boek aan toegevoegd. Zo konden ook de Britten hun handen in onschuld wassen en kreeg de rest van de wereld dankzij vertalingen van Stedmans boek in het Frans, Duits, Italiaans, Zweeds en Nederlands deze mythe er ingeprent.’

Moeten witte Nederlanders zich nu verongelijkt voelen door deze uitingen van Voltaire en Stedman? In dezelfde teneur als het begin van dit betoog: natuurlijk niet, het gaat over andere groep personen, de Nederlandse bevolking destijds in een andere tijd. Overigens, wie Pauperparadijs heeft gelezen en/of gezien weet dat de Nederlandse regering en parlement ook de armste Nederlanders als slaven opsloten.

 

Reageer op dit artikel:

*
To prove you're a person (not a spam script), type the security word shown in the picture. Click on the picture to hear an audio file of the word.
Click to hear an audio file of the anti-spam word

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd en niet aan derden verstrekt.

Omgangsvormen