Albert Verwey-lezing 2016 aan Universiteit Leiden 

Te waar om mooi te zijn

Frank Westerman hield een prachtig betoog over grenzen tussen feit en fictie, met de nadruk op ‘feitenliteratuur’.

Gelezen: NRC, 4 november 2016

Enkele fragmenten: uit NRC. Vreemd genoeg is de hele lezing (gesubsidieered toch) niet te vinden.

‘Beschrijven klinkt onschuldig. Neutraal. Het kan met fictie: met verzonnen personages die al even verzonnen handelingen verrichten. Het kan met verslaggeving: in een zo waarheidsgetrouw mogelijk taalregister…

Een schrijver is voor Reve een fictieschrijver. Een schrijver fabuleert. Hij (of zij? – daarover spreekt Reve zich niet uit) verzint. Wie iets anders doet is geen schrijver. Niettemin merkt Reve op: ‘Ik vind ‘‘fictie” een beetje een denigrerend woord.’

Als 32ste gastschrijver in Leiden, en de eerste die zich toelegt op het waargebeurde verhaal, moet mij van het hart: ik vind ‘non-fictie’ een beetje een denigrerend woord.

Non-fictie. Ik wil geen label op mijn werk dat zegt wat het niet is. Stel, ik sta op de markt met meloenen, dan prijs ik mijn waar toch niet aan met: Geen bananen!

Non-fictie impliceert: waargebeurd. Toch is de sticker ‘waargebeurd’ geen keurmerk, maar hooguit een kenmerk van mijn werk.

Dwingt men mij tot etikettering, dan verwijs ik graag naar de Polen. Met dank aan Ryszard Kapuscinski en Hanna Krall, pioniers van de reportage als kunstvorm, krijgen mijn vertalingen in Polen het label literatura faktow opgeplakt: ‘literatuur van de feiten’…

…De mythische verhalen waaruit godsdiensten zijn opgetrokken grijpen in op het leven van miljarden – tot gesnij in geslachtsdelen aan toe. Welke diersoort doet zoiets? Het gros van de wereldbevolking vertrouwt liever op fabels dan op feiten. Alsof we ons vrijwillig kooien in het traliewerk van zelfbedachte verhalen.

Het genre reportage gebruikt onkneedbare, harde feiten als basis. Die feiten doen er toe. Maar ze spreken nooit voor zich. Feiten houden hun mond, al rooster je ze boven een vuurtje…

Reve: ‘Veel van wat een mens overkomt vertelt hij liever niet aan anderen, omdat hij geen zin heeft voor leugenaar gezet of uitgelachen te worden.’

Wat kan ik hier tegenover stellen als schrijver van waargebeurde verhalen?

Als schrijver van reportages redigeer ik de werkelijkheid, ik snoei haar bij – omwille van de geloofwaardigheid. Er zijn zaken te mooi om waar te zijn. Er zijn er ook te waar om mooi te zijn.’

Reageer op dit artikel:

*
To prove you're a person (not a spam script), type the security word shown in the picture. Click on the picture to hear an audio file of the word.
Click to hear an audio file of the anti-spam word

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd en niet aan derden verstrekt.

Omgangsvormen