3952 dode koeien geteld

In literaire journalistiek zijn feiten juist. O ja?

Gelezen: Toine Heijmans in Villamedia Magazine

Het onderscheid tussen journalistiek en literatuur (fictie) duidt Volkskrant-verslaggever en auteur Toine Heijmans onder de kop ‘Literatuur is verzonnen, journalistiek niet. Punt uit.’:

“Journalistiek is de manier waarop we ons rekenschap geven van het heden, op alle mogelijke manieren, dat is misschien een goede omschrijving. Gejat uiteraard van Johan Huizinga, die als historicus in wezen ook een soort van journalist was. En die heel goed kon schrijven. Zijn boeken hebben een literaire kwaliteit – wat dat ook mag zijn (hij gebruikte de stijl van de Tachtigers). Maar wat hij vertelt over de late Middeleeuwen, is altijd terug te voeren op bronnen, en op Huizinga’s vermogen zo goed en zo kwaad als het gaat onderscheid te maken tussen feit en fictie.”

Hij noemt echter vervolgens voorbeelden waar je juist vraagtekens zet bij het waarheidsgehalte. Zoals van Frank Westerman die schrijft dat er 3952 koeien zijn omgekomen in de Nyosvallei in Kameroen (in zijn boek ‘Stikvallei’). Heijmans: “Dan zijn er 3952 dode koeien geteld. Dat aantal is niet verzonnen.”

Dt weet ik nog zo net niet. Wie heeft ze geteld? Hoe hebben diegenen geteld? Vermiste Koeien, of bovengedreven koeien of bij de verzekering aangegeven koeien? Kortom: wiens waarheid is dit?

Erger nog, maar dat is hier niet het punt: het maakt de lezer niets uit of het er 3942 of 3962 zijn. Meestal wordt zo’n getal afgerond op ‘vierduizend’ of ‘bijna vierduizend’. Maar wat weet de lezer dan? Welk beeld vormt hij zich? Dan komt de literaire journalistiek om het beeld te bepalen.

Toine Heijmans zelf geeft zich ook over aan twijfel, op een fraaie wijze. Hij noemt Egon Kisch beroemd door zijn beeldende reportages, ondermeer gebundeld in ‘Der Rasende Reporter’ (1924). Hij maakte zichzelf tot onderdeel van de gebeurtenissen die hij versloeg.

Echter, Heijmans’ bewondering gaat over in veroordeling: “De verhalen die Kisch vertelt, zijn schitterend, vaak te schitterend om waar te zijn Dat geeft hij zelf ook toe. Kisch ontwikkelde er een theorie over, die van de ‘logische fantasie’: niet alles in de journalistiek hoeft waar te zijn, als het maar logisch te verklaren is. Het hád kunnen gebeuren – dat was voor hem genoeg.

Dat kan en mag, schreef Michaël Zeeman in de Volkskrant in een recensie over het boek, want Kisch was in staat feiten te verzinnen die wel móesten deugen. ‘Niet alles hoeft naar de letter te kloppen en je hoeft zeker niet alles wat je opschrijft ook werkelijk zo te hebben waargenomen, als het maar had kunnen kloppen en als de verdichtingen maar bijdragen aan de leesbaarheid van het verhaal.’”

Tsja, Michael Zeeman schreef (gelukkig maar) veelal over fictie, en vaak prachtig. Maar Kisch verdedigen als verslaggever? Kisch was vooreerst overtuigd en ook actief communist en spreekbuis van die beweging. Zijn journalisten met diepgaande politieke overtuigingen te vertrouwen als het om onbevangen verslaggeving en selectie van feiten gaat?

Heijmans: “Ik weet wat u nu denkt: de waarheid bestaat niet. Dat klopt. De waarheid bestaat niet en zelfs dat is niet waar. Maar dat geeft de journalist niet het recht de waarheid dan maar bij elkaar te verzinnen, omdat het hem goed uitkomt bij het componeren van een verhaal….”

Om te eindigen met: “3952 dode koeien zijn 3952 dode koeien. Punt uit.”

Maar….

Reageer op dit artikel:

*

*

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd en niet aan derden verstrekt.

Omgangsvormen