'Vrije artsenkeuze' is een lobby 

Pak nu de medische macht eerst eens aan

Eerste Kamer heeft de inperking van de vrije artsenkeuze een halt toegeroepen. Maar wat hebben we eigenlijk aan vrije keuze van onze eigen royaal verdienende en medicaliserende dokter?
Een verdere expansie van de reeds grote zorgverzekeraarsmacht is op dit moment inderdaad niet wenselijk. De legitimiteit van de zorgverzekeraars staat onder druk, zoals ook de Raad voor Volksgezondheid en Zorg (RVZ) recent vaststelde.

En toch heeft de discussie rond de vrije artsenkeuze iets cynisch. Zorgverzekeraars vormen wel erg gemakkelijk het enige doelwit als kwade macht van de zorg. Het publiek is in de discussie over de artsenkeuze voor de kar van de eveneens zeer machtige zorgaanbieders en artsen gespannen.
Overstappen
Dat begint met de slim gemunte term vrije artsenkeuze. In werkelijkheid zou die door de wetswijziging in kwestie veel minder ingeperkt worden dan is gesuggereerd. Verzekerden zouden elk jaar gewoon kunnen overstappen naar een verzekeringspolis die de zorgverlener van hun keuze wel zou vergoeden. Of ze zouden, alhoewel tegen een hogere prijs, een restitutiepolis kunnen nemen met volledige vergoeding voor alle basiszorg.

Daarnaast is het een serieuze vraag óf ondermaats presterende en royaal declarerende zorgverleners wel betaald moeten blijven. Dat speelt bijvoorbeeld in de ggz, waar zorgverzekeraars nu verplicht zijn rare behandelingen grotendeels te blijven vergoeden. Daar wordt de patiënt noch de zorg beter van. Alleen de zorgverlener spint er financieel garen bij.

De zorgaanbieders hebben zich in de discussie over de ‘artsenkeuze’ echter slim buiten schot geplaatst, en zichzelf gebombardeerd tot knuffelberen van de zorg. Tienduizenden burgers hebben de petitie getekend tegen de zogenaamde aantasting van de artsenkeuze. En dat terwijl ziekenhuizen, specialisten en huisartsen elk jaar miljarden in hun zak steken die niet in goede zorg worden geïnvesteerd. Zo liet een evaluatie van het zorgstelsel recent zien dat in de zorg elk jaar weer miljarden van de uitgaven niet verklaard kunnen worden door factoren als loonstijgingen en vergrijzing.
Inkomsten
Bovendien zijn de inkomsten van de Nederlandse zorgverleners internationaal gezien zeer hoog. Zo steken de specialisten met 5,3 maal het gemiddelde loon in Nederland hun OESO-collega’s de loef af. Alleen de Belgen verdienen met een ratio van 6,2 nog meer in relatie tot het gemiddelde loon in hun land. Het Belgische cijfer is echter vertekend doordat de praktijkuitgaven erin meegerekend zijn. In dat licht is het uitermate wrang dat de Nederlandse specialisten het voorrecht hebben gekregen buiten de Wet Normering van Topinkomens te blijven.

Het laatste is van diepgaander aard en gaat over de vraag of we ons leven überhaupt niet te sterk in handen hebben gelegd van de medische machten. Sinds we zo sterk gefocust zijn op gezondheid, valt paradoxaal genoeg altijd weer een nieuw mankement of een nieuwe ziekte te ontdekken. Daardoor zijn we verleerd zelf met tegenslag, pijn en lijden om te gaan. Voorts stelde Ivan Illich in de jaren zeventig al vast dat veel medische handelingen zo simpel zijn, dat ze ten onrechte verdreven zijn uit het areaal van grootmoeder. Maar ook de goede dood lijkt een dood in handen van de arts geworden te zijn, en zelfs het zelfgekozen levenseinde is gemedicaliseerd. In die zin hebben medici hun koninkrijk alleen maar uitgebreid. Een grondige herbezinning hierop is nodig.

Die wetswijziging had gewoon door moeten gaan, zodat de druk op ondermaats presterende en grof verdienende zorgaanbieders had kunnen worden opgevoerd. Dit zou aangevuld moeten worden met regelgeving die de macht van zorgverzekeraars controleert. Te denken valt aan kwaliteitstransparantie bij de zorginkoop, en serieuzere zeggenschap van verzekerden in zorgverzekeraars, waar de RVZ ook aanbevelingen voor gaf.

Maar gefeliciteerd. Vooralsnog behouden we de vrije keuze – van onze eigen royaal verdienende, ondermaats presterende en medicaliserende arts.

*) Dit artikel verscheen eerst in de Volkskrant vandaag. Gerard Adelaar bestiert een publicatie en Gerben Hagenaars werkt voor een farmaceut. Ze zijn actief binnen het CDA.

Reageer op dit artikel:

*

*

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd en niet aan derden verstrekt.

Omgangsvormen