Belastingdruk op arbeid is in Nederland juist licht 

Willem Vermeend en Marcel van Dam

Van de arbeidskosten van de werkgever houdt de Nederlandse werknemer meer over dan in andere landen.

Personen met belangstelling voor ons belastingstelsel werden donderdag tweemaal op het verkeerde been gezet in de Volkskrant. Eerst in een opiniebijdrage van Willem Vermeend en vervolgens in de column van Marcel van Dam. Ik leg het uit.

Vermeend huilt mee met tal van andere wolven uit de werkgeversroedel, wanneer hij stelt dat Nederland hoort bij de landen met de zwaarste belasting- en premiedruk op arbeid. Deze bewering is aantoonbaar onjuist.

Cijfers

Voor een eerlijke vergelijking moet je kijken naar de belasting- en premiedruk voor een alleenstaande werknemer

Volgens cijfers van Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Unie, tikten de heffingen op arbeid in ons land in 2012 aan tot (afgerond) 22 procent van de economie – cijfers voor latere jaren zijn nog niet beschikbaar. In de achttien landen uit de eurozone samen was dat (afgerond, gewogen gemiddelde) ook 22 procent. We lopen dus volstrekt niet uit de pas.

Het aandeel van de lonen in de nationale koek is bij ons echter kleiner dan in de meeste andere eurolanden. De pensioenfondsen hebben een groot aandeel in de koek, dankzij onbelaste (!) beleggingsopbrengsten.

Daarom is het eerlijker om te kijken naar het deel van de arbeidskosten dat de fiscus via de loonbelasting en de sociale premies afroomt. Elk jaar publiceert de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) hierover een dik rapport, Taxing Wages.

Voor een eerlijke vergelijking moet je kijken naar de belasting- en premiedruk voor een alleenstaande werknemer, omdat landen gezinnen (met kinderen) in wisselende mate helpen met fiscale steun. Verder ligt het voor de hand uit te gaan van een gemiddeld inkomen.

OESO-landen

Zo’n tarief van 100 procent op kleine vermogensinkomsten, daarin is Nederland dan weer wel wereldkampioen. Bedankt Willem

Van de arbeidskosten van de werkgever gaat in Nederland 37 procent naar de schatkist en houdt de werknemer netto dus 63 procent over. Economen noemen dit verschil de ‘wig’. Die is in ons land dus 37 procent. In andere landen van de Europese Unie is die wig voor de doorsneewerknemer meestal (veel) groter dan in ons land. De wig komt uit op 49 procent voor werknemers in Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk, en zelfs 56 procent voor hun collega’s in België.

De wig bij ons is nagenoeg gelijk aan het gemiddelde van alle 34 OESO-landen. Daar zitten landen bij zoals Chili en Mexico, die het gemiddelde flink omlaag trekken.

Het is jammer dat de discussie over ons belastingstelsel en de herziening ervan wordt ontsierd door opiniemakers die zich beperken tot boude uitspraken die niet worden gestaafd door zulke voor iedereen controleerbare cijfers.

Tot zover Vermeend, de man die ons in zijn tijd als staatssecretaris van Financiën heeft opgezadeld met de vermogensrendementsheffing. Daardoor betaal je – afgezien van de vrijstelling van 20.000 euro – 1,2 procent belasting over je spaargeld. Hé, dat is wat de gemiddelde bank je op dit moment vergoedt. Inderdaad, de hele rente gaat naar de fiscus. Zo’n tarief van 100 procent op kleine vermogensinkomsten, daarin is Nederland dan weer wel wereldkampioen. Bedankt Willem.

Kronkelredenering

Dan de column van Marcel van Dam. Hij wil ook al de lasten op arbeid verlichten en lanceert het ondoordachte idee van een ‘belasting op de omzet van bedrijven’. Uit zijn toelichting valt op te maken dat het gaat om een heffing ‘over de omzet minus de kosten’. Dit verschil staat in boekhoudkringen bekend als de winst. Van Dam pleit er dus voor de belastingdruk op winst te verzwaren.

Dat doel is eenvoudig te bereiken door het tarief van de winstbelasting van besloten en naamloze vennootschappen (nu 20 procent over de eerste twee ton, 25 procent over het meerdere) op te schroeven tot 30 procent. Daar is vaker voor gepleit, ook door mij, maar daar hoef je geen ingewikkelde kronkelredenering voor op te zetten waarbij elke boekhouder in de lach schiet.

Flip de Kam is honorair hoogleraar overheidsfinanciën RU Groningen.

Dit artikel vereen eerder in de Volkskrant

  • Reacties

  • Hans | 10/11/14 om 19:38

    Door de overheid wordt al tientallen jaren geroepen dat de lastendruk op arbeid verlaagt moet worden. Wat we in werkelijkheid zien is dat de lastendruk op arbeid optisch minder sterk is gestegen omdat de ziektewetpremie niet meer mee geteld wordt. Daarnaast is de BTW geleidelijk aan verhoogd va n12% naar 21%.

    De belasting op topinkomens is wel verlaagd van 72% naar 52%, de belasting op rente is afgeschaft en de belasting op winst is gehalveerd.

    Beter is om de BTW en belasting op arbeid bijna helemaal af te schaffen. en hiervoor in de plaats een transactiebelasting met een tarief van ca. 10% in e voeren.

    Hierdoor wordt arbeid 30% goedkoper en speculatieve onzin zwaarder belast.

  • bob | 11/11/14 om 12:38

    van deze 2 antipathieke opiniemakers kan men geen objectiviteit verwachten. het zijn de endorser types.
    dus exit. dus niet meer lezen!
    laat ze maar lullen in hun eigen gelederen.
    ‘their throats are open graves’.

Reageer op dit artikel:

*

*

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd en niet aan derden verstrekt.

Omgangsvormen