De Donkere Kamer van Damokles op toneel 

‘De muren zijn zwart van de leugens’

Tasten naar de waarheid van een illusoire herinnering aan een heldhaftig leven.

Gezien: De Donkere Kamer van Damokles,

Getrouwe voorstelling met schitterende rollen van Viktor Löw als ondervrager en vooral Hein van der Heijden als Henri Osewoudt, maar minder beklemmend dan het het boek uit 1958 van Willem-Frederik Hermans.

Regisseur Ger Thijs heeft geen gekke sprongen gemaakt met het manuscript, en de vertwijfeling van Osewoudt fraai in beeld gebracht tegenover een naamloze ondervrager die balanceert tussen afschrikking en mededogen. Thijs vond een overtuigende manier om de tragische uitkomst van de geheugenverwarring bij Henri Osewoudt in toneel vorm te geven:

In een dialoog met zijn ondervrager aan een bureau – in een kazerne in het net bevrijde Breda – aan de zijkant van het toneel. De scènes die Osewoudt vertelt in zijn poging om zijn gelijk te bewijzen, worden steeds gespeeld als flashbacks.

Waarbij Osewoudt met zijn altoos getourmenteerde blik overgaat van spel met zijn ondervrager naar de scènes uit zijn leven met zijn echtgenote en nicht, haar flirt en NSB’er, Osewoudts schoonvader/oom, zijn joodse onderduikster Marianne, en zijn dubbelganger en opdrachtgever Dorbeck.

Osewoudt probeert koortsachtig het bestaan van Dorbeck, en daarmee een opdrachtgever uit het verzet, aan te tonen. Opdat hij de aanklacht van zijn ondervrager kan weerleggen dat hij een verrader was die voor de Duitsers werkte.

Dorbeck komt steeds schimmig op het toneel, maar niet als schim of schaduw, wat ook gekund had. Daarmee volgt Thijs de latere uitleg van Hermans dat Osewoudt te goeder trouw was en er werkelijk een Dorbeck geweest zou kunnen zijn.

De laatste komt pas helder inbeeld aan het einde als hij en Osewoudt zich samen en elkaar omarmend naar de zaal richten, als de denkbeeldige spiegel, en Osewoudt de beslissende foto van het duo maakt. Het bewijs dat Dorbeck, zijn opdrachtgever, bestaat.

We kennen het onvergetelijke slot uit het boek van de foto die er na het ontwikkelen van het rolletje niet op blijkt te staan. Het doodvonnis van Osewoudt is getekend.

De ultieme Nederlandse roman over dunne lijnen tussen leugen en waarheid en tussen goed en kwaad komt mooi op de planken. Maar slaagt er minder dan het boek destijds in om het beklemmende sfeer te scheppen. Logisch, andere kunstvorm, andere tijd.

‘De donkere kamer van Damokles’ was in m’n pubertijd, nadat ik voornamelijk nog Pietje Bell, Dik Trom en Arendsoog had gelezen, de poort naar een leven met literatuur. Meer dan dat, ook vormend voor m’n werk en privé in nare dromen. ‘Ontregelend’ wordt dat tegenwoordig genoemd…

Reageer op dit artikel:

*

*

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd en niet aan derden verstrekt.

Omgangsvormen