Heerlijke speculatie in 1720 

Windhandel

Is van alle tijden. Hebzucht is onuitroeibaar, en dus het liegen om voordelen te behalen ook.


Gelezen: ingezonden brief Volkskrant 7 november 2013 van de Schiedamse historicus Henk Slechte.

“In de geschiedenis van de Amsterdamse Beurs (Economie, 5 november 2013) ontbreekt een herkenbare gebeurtenis. In de zomer van 1720 was deze beurs het toneel van een kortstondige maar ongekend hevige speculatie in acties of aandelen, die bekend is als de Windhandel.

Dat was de handel in -waardeloze – aandelen van actiecompagnieën met onuitvoerbare plannen, waarvan de voorgangers van de beurshandelaren die zorgden voor een hoge Libor-rente, de koersen kunstmatig en snel lieten stijgen.

Zulke compagnieën zijn die zomer met veel lawaai in tientallen steden opgericht en vervolgens geruisloos verdwenen. Dat gebeurde met steun van stadsbestuurders die hierin kansen zagen voor de lokale economie, maar vooral voor hun eigen portemonnee.

De vroedschap van Amsterdam verbood als enige de stichting van zo’n actiecompagnie. Amsterdam had die niet nodig en onderkende het risico. Toch bereikte de handel al snel ook de Beurs van Amsterdam.

De Windhandel inspireerde Pieter Langendijk tot de klucht Quincampoix of de Windhandelaars, die in de zomer van 1720 vrijwel dagelijks in een uitverkochte Amsterdamse schouwburg werd opgevoerd.

Nu kijken wij ademloos naar De Prooi. Er is weinig nieuws onder de zon.”

Reageer op dit artikel:

*

*

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd en niet aan derden verstrekt.

Omgangsvormen