Sensatiezucht verblindde redactie in hoge mate 

NRC grof in de fout met Friso

Zowel het vergaren van ‘nieuws’ als de weergave als de verdediging ervan druisten tegen de eigen regels van de krant in. Jannetje Koelewijn berichtte leugenachtig.

In ‘Koelewijn en Vandermeersch hebben geen schedelbasisfractuur’ is duidelijk gemaakt dat NRC Handelsblad inzake het ongeluk van Friso, de gevolgen ervan en de verdediging van de berichtgeving fout zat. Dat concludeert ook de ingehuurde externe ombudsman Thom Meens. De snoeiharde samnenvatting:

“Op vrijdag 24 februari vraagt de hoofdredactie van NRC Handelsblad mij, Thom Meens, voormalig ombudsman van de Volkskrant, als extern deskundige de berichtgeving van de krant over prins Johan Friso in de week daarvoor tegen het licht te houden. De krant ligt dan al een week onder vuur omdat zij (deels onjuiste) medische informatie over de toestand van de prins naar buiten heeft gebracht en zo de privacy zou hebben geschonden.

Bovendien dreigt de krant zelf nieuws te worden omdat een van haar bronnen zichzelf een „pathologische optimist” noemt die goed nieuws over de toestand van de prins naar buiten wilde brengen en daarvoor de krant als vehikel heeft gebruikt via zijn vrouw, NRC-journaliste Jannetje Koelewijn. Die vrijdag is dan inmiddels duidelijk geworden dat de prins ernstig hersenletsel heeft en misschien wel nooit meer bijkomt uit zijn coma.

Voor het onderzoek heb ik in drie weken tijd met alle betrokkenen één of meer gesprekken gevoerd, alle kopij van krant en website gelezen en alle radio- en televisieoptredens van betrokkenen bekeken en beluisterd.

Ik heb de hoofdredactie op 2 april rapport uitgebracht, zestien pagina’s. Op verzoek van de hoofdredactie geef ik hier een samenvatting waarbij ik me beperk tot de voornaamste conclusies.

Uit alle informatie die ik heb verzameld, doemt het volgende beeld op. Op zaterdag 18 februari kopt de voorpagina van NRC Handelsblad: „Hoe zal het brein van prins Friso zich houden?” Daaronder een verslag in de ik-vorm van de bevindingen van de verslaggeefster, die toevallig in Innsbruck was omdat haar man, neurochirurg Kees Tulleken, in het ziekenhuis waarin Friso ligt, gastspreker is op een congres van neurochirurgen.

De verslaggeefster beschrijft hoe zij in het ziekenhuis op zoek is gegaan naar nieuws over de prins. Haar man brengt haar in contact met een van de organisatoren van het congres, de hoogleraar neurochirurgie Claudius Thomé. Thomé zou haar man informatie over de prins hebben gegeven en onder meer hebben gezegd dat hij geen schedelbasisfractuur had. Ook was Friso lang gereanimeerd en had hij zuurstoftekort gehad.

Dat alles verschijnt op zaterdag op de voorpagina, toegeschreven aan „behandelend arts” Thomé. Het ziekenhuis laat dezelfde dag nog weten dat het overgrote deel van het verhaal onzin is en dat Thomé helemaal niet de behandelend arts is, maar de krant reageert op de website met de mededeling dat de bronnen van de krant in Oostenrijk zeggen dat alle informatie wel degelijk klopt. Dat schrijft hoofdredacteur Peter Vandermeersch die dag ook op zijn blog.

Hij gaat dan nog mee in de euforie van vrijdagavond op de redactie: „We hebben de juiste vrouw op het juiste moment op de juiste plaats.” Die euforie eindigt in een journalistieke tunnelvisie: „Nu moet het ook nog goed de krant in.” Dat was een foute afweging. Het artikel had in deze vorm en met deze ongecontroleerde inhoud nooit de krant in gemogen.

Bovendien heeft de verslaggeefster aantoonbaar niet de waarheid verteld toen ze in de krant schreef dat zij niet mocht horen hoe lang Friso is gereanimeerd. Ze heeft het wel gehoord, maar mocht dat van haar man niet opschrijven.

Vandermeersch constateert achteraf dat hij „het gevoel heeft dat de journalistieke machine goed heeft gefunctioneerd”. Dat valt te bezien. De redactie heeft die vrijdag hard gewerkt, maar niet zorgvuldig haar journalistieke werk gedaan.

Er is geen tegenspraak georganiseerd.

Een communiqué van de Rijksvoorlichtingsdienst over de toestand van de prins, „stabiel, maar niet buiten levensgevaar”, is niet in de krant opgenomen.

Er is geen weerwoord gevraagd over het hersenletsel bij de RVD.

De discussie over het gebruik van de medische informatie is nauwelijks gevoerd.

Niemand heeft zich afgevraagd of de journaliste wel mocht zijn waar ze was. Ze is als vrouw van eregast Tulleken het ziekenhuis binnengekomen en heeft zich pas daarna als journaliste kenbaar gemaakt. Dat is niet werken met open vizier, zoals het Stijlboek NRC Handelsblad voorschrijft.

Het is onbegrijpelijk dat over de gekozen vorm, een persoonlijk verslag in de ik-vorm, niet is doorgesproken. Feitelijk is de vorm bepaald in een gesprek van nog geen vijf minuten tussen een enthousiaste verslaggeefster ter plekke die groot nieuws heeft en een chef die op een perron op de trein staat te wachten. Daarna is over de vorm niet meer nagedacht, althans niet anders dan dat het allemaal „transparant” moest zijn.

Het normale journalistieke principe ‘één bron is geen bron’ is bij dit verhaal losgelaten. Onduidelijk is waarom. De enige verklaring kan zijn dat vasthouden aan die regel had betekend dat er geen verhaal was geweest. De krant had geen tweede bron, maar dat vond niemand een bezwaar. Door de gekozen vorm kon haar man als een soort van tweede bron worden opgevoerd en zijzelf als derde.

De regie over de stukken van vrijdag, zaterdag en zondag (website) en de krant van maandag heeft in ieder geval voor wat de medische informatie betreft niet op de redactie in Rotterdam gelegen. Die lag in Innsbruck, niet bij de verslaggeefster ter plekke, maar bij haar man.

Hij heeft de medische informatie geduid en aangegeven wat hij belangrijk vond. NRC Handelsblad is zo, ongewild, gebruikt om positief nieuws te brengen. Zie bijvoorbeeld dit fragment: „Mijn echtgenoot zei dat het belangrijk nieuws was. Een CT-scan zonder bijzonderheden en na 24 uur een MRI-scan zonder bijzonderheden: die jongen had nog een kans.”

Wederhoor heeft ook niet plaatsgehad toen op zondag op de website melding werd gemaakt van een MRI-scan. Die scan is overigens niet gemaakt op zaterdag, maar pas op donderdag daarna.

Diezelfde, onjuiste, informatie is maandag, alweer zonder wederhoor, ook in de papieren krant terechtgekomen. Dat de verslaggeefster ter plekke daar niet aan denkt is één ding, maar dat niemand in Rotterdam op het idee is gekomen dat wederhoor hoort tot de normale journalistieke principes, getuigt van een collectieve blinde vlek.

Hoofdredacteur Vandermeersch heeft de zondag daarvoor wel contact gehad met de Rijksvoorlichtingsdienst, op verzoek van de RVD. Hem is gemeld dat delen van de berichtgeving niet juist zijn, dat er geen wederhoor is gepleegd en dat de NRC de privacy van Friso niet heeft gerespecteerd.

Volgens Vandermeersch heeft de RVD in dat gesprek niet willen zeggen welk deel van de informatie niet klopte. De NRC zou dat dan ruiterlijk hebben rechtgezet, zegt hij. En dan was de MRI-scan maandag niet opnieuw in de krant gekomen.

Het was inderdaad beter geweest als in het contact tussen RVD en hoofdredacteur dat zondagmiddag plaatshad door de RVD, al dan niet informeel, was gemeld dat er geen MRI was gemaakt. Dan had die informatie waarschijnlijk niet maandag ook nog de papieren krant gehaald.

Mij is niet duidelijk waarom de RVD zo’n informeel signaal niet heeft afgegeven. Mogelijk speelt hier een rol dat de krant zaterdag op de website vasthield aan het eigen verhaal, ook nadat het ziekenhuis had gemeld dat grote delen onjuist waren. Dat scenario lag opnieuw op de loer.

Een verzoek op zondag van de Rijksvoorlichtingsdienst, namens de familie, om terughoudend om te gaan met medische informatie is niet gehonoreerd. Maandag is opnieuw (aantoonbaar onjuiste) medische informatie in de krant geopenbaard, met daaraan gekoppeld de opmerking „die jongen had nog een kans”.

Die informatie klopte niet, was niet geverifieerd en pakte achteraf gezien extra pijnlijk uit toen de vrijdag daarna bleek dat de kansen van Friso uiterst gering waren.

De hoofdredactie is te lang achter het artikel en de verslaggeefster blijven staan. Dat mag in eerste instantie getuigen van goed werkgeverschap, het getuigt niet van gezonde journalistieke nieuwsgierigheid en achterdocht. De hoofdredactie heeft overigens nog wel uitgebreid gesproken met de verslaggeefster, maar is er niet in geslaagd precies te achterhalen hoe een en ander in zijn werk is gegaan in Innsbruck.

Samenvattend kun je concluderen: Niemand ter redactie heeft zich gerealiseerd hoe explosief het materiaal was. Het ging om een lid van de koninklijke familie. De krant beschikte over exclusieve medische informatie, verkregen op een plaats in een ziekenhuis waar je normaal geen toegang toe hebt, en die je bovendien toeschrijft aan een bron bij wie een gewoon verslaggever op dat moment nooit in de buurt kan komen. Een hoogleraar neurochirurgie, die overigens ontkent dat hij al die informatie heeft gegeven.

Door de ik-vorm kreeg het verhaal een extra dimensie, die nog werd versterkt door de plaats in de krant: pal op de voorpagina. Met een kop erboven die in één klap, als speculatie, iets opriep wat niemand tot dan besefte: het brein is in gevaar.

Bovendien verscheen het verhaal in NRC Handelsblad, doorgaans, maar niet dit keer, een toonbeeld van betrouwbare en zorgvuldige kwaliteitsjournalistiek.”

Daarop volgen de excuses van hoofdredacteur Peter Vandermeersch. Hier blijft het vooralsnog bij. Redacteur Koelewijn blijft buiten beeld:

“NRC Handelsblad neemt geregeld de wereld die we beschrijven, analyseren en becommentariëren de maat: van de politiek, van bedrijfsleiders, van culturele instellingen.

Daarom is het niet meer dan normaal dat we ook regelmatig onszelf aan kritiek blootstellen. Elke zaterdag krijgt onze ombudsman ruim baan om ons waar nodig bij de les te houden. En ook vaste columnisten en occasionele briefschrijvers weten dat ze ons niet hoeven te sparen.

De interne en externe commotie die veroorzaakt werd door de berichtgeving over de gezondheidstoestand van prins Friso noopte ons tot een nog verregaander stap: we vroegen aan een externe deskundige, Thom Meens, oud-ombudsman van de Volkskrant, om ons scherp tegen het licht te houden én een verslag van zijn bevindingen in onze krant te schrijven.

Zijn conclusies, die u hierboven kunt lezen, zijn streng. NRC Handelsblad was dit keer niet het toonbeeld van betrouwbare en zorgvuldige kwaliteitsjournalistiek, zo besluit hij zijn stuk. Dat is een hard oordeel voor een organisatie die van betrouwbaarheid en zorgvuldigheid haar handelsmerk maakt.

Onze redacteuren discussiëren dagelijks over het afwegen van wat je weet en wat je opschrijft, over distantie en betrokkenheid, over welke journalistieke vorm het best past bij welk nieuwsitem, over hoor en wederhoor, over bronnen. Die discussies, en het Stijlboek NRC Handelsblad dat we als onze journalistieke bijbel hanteren, behoeden ons doorgaans voor vergissingen. Maar niet altijd.

We onderschrijven de conclusies die Thom Meens trekt over deze zaak. Eén: we kunnen niet anders dan vaststellen dat we fouten hebben gemaakt. Twee: die fouten zijn gemaakt na een exceptionele samenloop van omstandigheden. Drie: die fouten zijn gemaakt met de beste bedoelingen. En vier: die fouten zijn gemaakt in onze ijver om de lezer zo goed mogelijk te informeren en onze journalistieke taak te vervullen.

Thom Meens doet in zijn rapport een aantal aanbevelingen voor het verder aanscherpen van onze journalistieke normen, om te voorkomen dat soortgelijke incidenten nog eens voorkomen. Die zullen we ter harte nemen en opnemen in ons Stijlboek.

Eerder al heb ik deemoedig het hoofd gebogen betreffende de rol die, zoals ook Meens vaststelt, NRC Handelsblad ongewild heeft gespeeld in de zaak.

Bij deze gelegenheid wil ik duidelijk onze excuses aanbieden aan de lezer, omdat we in deze zaak niet hebben beantwoord aan de hoge normen die hij van ons mag verwachten, en aan de koninklijke familie voor het persoonlijke leed dat we mogelijk hebben vergroot.”

  • Reacties

  • Gerbrand | 05/04/12 om 14:40

    De kop moet luiden: ‘Leugens.nl in de fout’.
    Het is duidelijk dat de Koelewijns slachtoffer zijn geworden van het Friso sprookje. Zij werden gebruikt om ons te laten geloven dat Friso onder een lawine was gekomen. Helaas voor de RVD kwamen er meerdere verhalen in omloop dus moest er gekozen worden voor een story. Dat werd Londen.
    Om de waarheid te zien moet je het filmpje nog maar eens bekijken van de ‘koninklijken’ die een vreugdehuppeltje maakten toen ze bij het ziekenhuis dachten buiten beeld te zijn.
    Trapt Leugens.nl nou echt in deze onzin, of heeft hun subsidie hier mee te maken?
    En de groeten van Friso vanuit de veilige enclave in Argentinie.

  • Otto Rapauken | 05/04/12 om 20:14

    Vandermeersch buiten!

  • Geert | 07/04/12 om 05:44

    @gerbrand,

    Heb je een link of omschrijving van dat ‘huppel’ filmpje??

    Bvd.

Reageer op dit artikel:

*

*

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd en niet aan derden verstrekt.

Omgangsvormen