Raad voor de Journalistiek oordeelt: 

Klacht tegen Telegraaf gegrond

Onjuiste, tendentieuze berichtgeving en gebrekkig gebruik bronnen.

Gelezen: Uitspraak Raad voor de Journalistiek

Het gaat om het paginagrote artikel Moord als enige mogelijkheid (kopie) met als bovenkop ‘Telegraaf Cold Case Team onderzoekt mysterieuze verdwijning Farida Zargar (22)’ van Jolande van der Graaf. Ondermeer de suggestie waarop het verhaal is gebaseerd: “Welke rol speelde haar vriend Stefan.”

Met: “Wat resteert, is een misdrijf. Iemand moet Farida hebben omgebracht. „Dat de politie die conclusie niet trekt en geen onderzoek op die basis doet, is onbegrijpelijk”, vinden oud-rechercheurs Dick Gosewehr en Willem Schouwenburg van het Telegraafteam.”

” De Raad overweegt dat in het artikel wordt bericht dat Farida Zargar volgens het Cold Case Team van De Telegraaf om het leven moet zijn gebracht. De berichtgeving is zodanig toegespitst op klager dat de lezer zich moeilijk aan de indruk zal kunnen onttrekken dat klager wel betrokken moet zijn bij die (vermeende) moord. De publicatie bevat aldus een zéér ernstige beschuldiging aan het adres van klager.

Niet is gebleken dat die beschuldiging is gebaseerd op voldoende deugdelijke, onafhankelijke bronnen. De geciteerde oud-rechercheurs kunnen niet als bronnen worden beschouwd, nu zij deel uitmaken van het Cold Case Team.
Klager heeft gesteld dat hij inzake de verdwijning van Farida door de politie niet als verdachte wordt aangemerkt, hetgeen door verweerder niet is weersproken. Uit het artikel kan niet worden opgemaakt dat het standpunt van klager onjuist is.

De Raad kan niet anders dan constateren dat verweerder c.q. diens Cold Case Team over de (vermeende) moord heeft gespeculeerd en als vaststaand feit heeft gepubliceerd dat moord de enig mogelijke oorzaak is van de verdwijning en dat klager de waarschijnlijke dader is.

Het stond verweerder niet vrij een volgens hem ondeugdelijk politieonderzoek met eigen suggesties, gedachten dan wel speculaties nader in te vullen op de wijze zoals hier is gedaan. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat het voor een betrokkene bijna ondoenlijk is zich adequaat te verdedigen tegen ernstige verdachtmakingen die als speculatie worden gebracht.

Verweerder heeft daarom grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.”

Reageer op dit artikel:

*

*

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd en niet aan derden verstrekt.

Omgangsvormen