De rode pen van de hoofdredacteur van de Volkskrant 

Philippe Remarque

Schrapt in interview door Coen Verbraak uit gebrek aan zelfvertrouwen.

Gelezen: Villamedia, weblog Coen Verbraak

Interviewer Coen Verbraak wil niet meer voor de Volkskrant werken. Hij liet zich verleiden om een interview te doen met de nieuwe hoofdredacteur die prompt volgens Verbraak belangrijke passages schrapte en aanpaste. Uit de afscheidsbrief:

“Beste Philippe,

Ik wil je via deze mail laten weten dat ik per direct wegga bij de Volkskrant. Daarmee komt een eind aan een periode van bijna zes jaar, waarin ik plm. vijftig grote interviews voor de krant maakte. Het laatste interview was met jou. En juist in dat interview en de afhandeling daarvan ligt –ironisch genoeg- de kiem van mijn besluit.

Nog even kort de feiten: ik werd in oktober door de eindredactie gevraagd een gesprek met jou te maken voor de serie De mensen van 2010. Ik aarzelde aanvankelijk even; de hoofdredacteur interviewen van de krant waarvoor je zelf schrijft is niet zonder risico’s; hoe vrij kun je eigenlijk zijn als interviewer tegenover iemand die in zekere zin je baas is? Aan de andere kant veronderstelde ik bij ons allebei genoeg professionaliteit om de uitdaging aan te gaan. Bovendien was het een mooie gelegenheid om je beter te leren kennen.

In ons gesprek bracht ik ter sprake dat jij in 1993 gesolliciteerd had bij NRC Handelsblad. Die sollicitatie was uiteindelijk niks geworden. Misschien kwam dat ook, vertelde je merkbaar geamuseerd, omdat je je die dag bij het scheren zo ongenadig in je lip had gesneden dat je bijna bloedend tegenover Ben Knapen had gezeten. Maar de NRC was, zo zei je, wel een krant geweest die je in je jonge jaren vertrouwd had gemaakt met krantenlezen.

”Door de NRC ben ik een enorme krantenlezer geworden. Pas later leerde ik de toegankelijke en menselijke benadering van de Volkskrant waarderen.’
Dit gespreksonderwerp leverde in het stuk een aardige passage op, die weer een mooie opmaat vormde voor de kritische passage over de NRC die daarna volgde.

Bij de afhandeling gaf je opeens aan dat je bang was dat de Volkskrant-lezer het jou misschien zou nadragen dat je ooit bij de concurrent gesolliciteerd had. Sterker nog: die lezer zou vast denken dat de Volkskrant het nu moest stellen met een hoofdredacteur die de ballotage van de NRC niet eens doorgekomen was.
‘Ik vind dat ik zo overkom als een gemankeerde nrc journalist. Niet echt fijn voor je aantreed interview als hr van de concurrent.’

Ik zei dat dat naar mijn idee een volstrekt onterechte angst was. Het ging immers over een voorval van zeventien jaar terug, over een jongen die toen 27 was. Welke lezer zou daar ooit aanstoot aan nemen? Bovendien: welke journalist begint er nou direct op zijn eindstation? Ik heb zelf in mijn jonge jaren ook voor Elsevier geschreven.

Je toonde je gevoelig voor die argumentatie. Zoveel kwaad kon het nou ook weer niet. In de context van het stuk zou het maar een kleine, onschuldige “jeugdjaren” -passage blijken. Kortom: we kwamen een eindversie overeen waarin die passage was opgenomen. Het stuk was nog wel een fractie te lang, maar dat zou verder met de eindredactie afgehandeld worden. Ik sprak met de eindredactie af dat ik van eventuele aanpassingen of inkortingen op de hoogte gehouden zou worden…

Ik was werkelijk verbijsterd toen ik de volgende dag ontdekte dat de “gewraakte” passage over de NRC in de gedrukte versie opeens alsnog verdwenen bleek. Toen ik de eindredactie om opheldering vroeg kreeg ik per mail antwoord:
‘Philippe wilde het stukje over zijn sollicitatie bij NRC er toch liever niet in, ik ging ervan uit dat daarover was overlegd.’

Met andere woorden: achter mijn rug om was de bewuste passage op jouw verzoek alsnog verwijderd. De kritischer passage over de NRC was wél blijven staan.
En er was nog iets anders veranderd. In het gesprek zei je: ”Het is niet mijn opdracht om iedereen die bij de Volkskrant werkt tot in lengte van dagen bij de redactie te houden. Het is mijn taak om een voor de lezer zo interessant mogelijke krant te maken. Mijn belang ligt veel meer bij de lezer dan bij de redactie.’

Die laatste zin was in de versie die je mij terugstuurde opeens verdwenen. Ik zei je dat ik er bezwaar tegen had dat juist zo’n opvallend zinnetje opeens uit het stuk gesneden zou worden. Na moeizame onderhandelingen –zo heb ik het de afgelopen vijf jaar niet meegemaakt, ook niet bij politici- kwamen we uit op een compromis: “mijn belang ligt eerst bij de lezer, dan pas bij de redactie”.

En wat stond er in de krant? “Mijn eerste belang ligt bij de lezer”. Het tweede deel van de zin was geschrapt…”

  • Reacties

  • markhamers | 14/02/11 om 12:43

    bedankt philippe,
    iedere krant wordt gecensureerd; de lezer zet gewoon een gekleurde bril op; dankzij jou weten we dat de volkskrant weer iets oppervlakkiger geworden is.

  • mark van stramproy | 18/05/11 om 18:11

    Ach, sinds de kwestie met Thom Meens, weten we dat Philippe niet thuishoort op de plek waar hij nu zit.

    Overigens, en dat is niet om te schoppen, maar ik vond hem niet goed als correspondent in Amerika. Dat hij dan toch hoofdredacteur kon worden, zegt erg veel over de Volkskrant.

  • Eduard Bekker | 22/05/11 om 12:39

    Ik vond Philippe Remarque echter uitstekend als Amerikaans correspondent. Vaak zal ik in één oogopslag de kop en dacht ‘Ha, weer een artikel van Philippe Remarque’. Hij schrijft soms met een zekere diepfilosofische inslag. Ondanks dat ik Arie Elshout ook goed vind schrijven, mis de bijdragen van P.R. (in geschrift) wel degelijk.
    Wel jammer inderdaad dat hij – naar mijn gevoel zeer onterecht – bang is voor imagoschade, omdat hij ooit bij de concurrent is afgewezen.
    Je zou ook kunnen stellen: ‘dat was niet slim van Ben Knapen, die misschien op de verkeerde dingen heeft gelet’.

Reageer op dit artikel:

*

*

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd en niet aan derden verstrekt.

Omgangsvormen