Koenders en Balkenende beloofden controle en transparantie 

Het hulpgeld voor Haí¯ti

De Nederlandse euro is niet te volgen, hoe anders ook beweerd.

Premier Jan Peter Balkenende garandeerde dat ”˜iedere euro voor Haí¯ti’ goed aan zou komen. Minister Bert Koenders (foto)liet weten dat de Rekenkamer precies zou kijken op elk moment wat er gebeurt. De Rekenkamer zou alles van begin af aan controleren. Niemand mocht zich van een donatie laten weerhouden door twijfels. Maar heeft zo’n garantie zin, en is die terecht?

Na de aardbeving in Haí¯ti stroomde het geld binnen op giro 555. Vrijdag werd duidelijk dat de actie in totaal 111,4 miljoen euro heeft opgebracht.

In de speciale televisie-uitzending van 21 januari 2010 verzekerden Balkenende en Koenders dat de Rekenkamer precies zou kijken wat er met het geld zou gebeuren. Maar de president van de Rekenkamer, Saskia Stuiveling, noemde dit een dag later in EenVandaag al een misverstand: “Niet elk dubbeltje is als Nederlands dubbeltje in Haí¯ti terug te vinden.” De Rekenkamer is niet in staat om de besteding van specifiek ”˜Nederlandse geld’ na te gaan. Dus: “We geven nergens garanties over af.”

In de uitzending van EenVandaag garandeerde Koenders echter opnieuw dat iedere euro in Haí¯ti ook daadwerkelijk aan zou komen. In een overleg van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken in februari liet minister Koenders weten bij zijn uitspraken te blijven.

De Nederlandse directeur van Unicef, Jan Bouke Wijbrandi, noemde het idee om een Nederlandse euro te volgen in een interview met de NOS
onlangs ”˜een soort schijnvertrouwen’. Het exact volgen van iedere individuele Nederlandse euro tot aan de daadwerkelijke ontvanger in Haí¯ti zou in zo’n grote internationale hulpoperatie onbegonnen werk zijn. Hij vindt dat ook onzinnig.

Koenders verwijst steeds opnieuw naar de unieke rol van de Rekenkamer bij de verantwoording over de besteding van het geld voor Haí¯ti. De Rekenkamer controleert niet alleen achteraf, maar komt nu ook vooraf in actie door de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) te adviseren bij de verbetering van de verantwoording.

Joost Aerts, woordvoerder van de Rekenkamer, licht toe: “Het verleden heeft uitgewezen dat hulporganisaties in Nederland zich weliswaar aan de nationale regelgeving hebben gehouden, maar dat de verantwoording over de besteding van hulpgeld niet transparant genoeg was.”

Maar kunnen we de Nederlandse euro daardoor ook goed volgen? Wat ging er eigenlijk mis bij voorgaande grote acties?

In 2004 en 2005 haalden de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) ruim 200 miljoen euro op voor de landen die door de tsunami getroffen waren. De rekenkamer schreef Lessen van de tsunami: de Nederlandse hulporganisaties bleken zelfs meer verantwoording te hebben afgelegd dan vereist. Toch kon de Rekenkamer de hulpstromen niet van oorsprong tot bestemming volgen.

Hoe dat kon?

1) Bij het volgen van de hulpstroom van de SHO-leden en de gastorganisaties kon een bedrag van ongeveer 68 miljoen euro niet voorbij het eerste niveau in de keten gevolgd worden. Dit eerste niveau was de hulpstroom van de SHO naar een ontvangend lid of gastorganisatie.

2) Bij het tweede niveau van de keten waren de problemen nog groter. Sommige organisaties hadden middelen via hun internationale hoofdkwartier doorgegeven. Deze internationale organisaties verstrekten onvoldoende gedetailleerde informatie. Ook deden zich problemen voor wanneer hulporganisaties middelen doorgaven aan lokale partners. Deze publiceerden vaak geen jaarverslagen of andere verantwoordingsinformatie.

Met Haí¯ti-geld moet het beter gaan. De SHO belooft dat elk lid van de SHO in de eigen jaarrekening inzichtelijk zal maken hoe zijn deel van de SHO-gelden is besteed. “Alle SHO-leden hanteren hierbij een zelfde opzet en zullen hierover een accountantsverklaring laten opmaken.”

Dat zal een deel van de problemen op kunnen lossen. De hulpstroom van de SHO-leden naar een ontvangend lid of gastorganisatie kan waarschijnlijk wel gevolgd worden.

Maar hoe zit het met het tweede niveau, waar de problemen nog groter waren? De persvoorlichter van de SHO, Ruud Huurman, laat weten dat de leden van de SHO ook bij deze actie op verschillende manieren zullen werken: via een koepelorganisatie, lokale partners of zelf ter plekke.

De hulporganisaties zullen dus ook bij deze actie middelen doorgeven via internationale organisaties. Ook zullen ze samenwerken met lokale organisaties die geen verantwoordingsinformatie publiceren.

Huurman: “Het is niet de bedoeling dat de SHO een extra laag aan regels opstelt.”

Hierdoor zal ook nu niet iedere Nederlandse euro exact te volgen zijn. Koenders was te stellig met zijn belofte van transparantie en controle, los van de vraag of die noodzakelijk zijn.

Zo mogen de kosten voor administratie, controle, evaluatie en rapportages, de ”˜apparaatskosten’, niet hoger zijn dan 7 procent van het hulpbedrag. Meer controle leidt tot hogere kosten.

  • Reacties

  • kamper | 28/03/10 om 12:08

    Garanties van politici? Bij voorbaat verdacht. De enige garantie is, dat ze het niet weten of keihard liegen. Geen sterveling van dit soort “leiders” die eens de aandacht heeft gevestigd op hoe dat nou eigenlijk met Haí¯ti zit en hoe het komt dat dat landje zo straatarm is gebleven, ondanks dat ze de eerste onafhankelijke slavenkolonie waren. Lees maar.
    http://www.geennieuws.com/2010/02/haiti-even-iets-anders/

Reageer op dit artikel:

*

*

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd en niet aan derden verstrekt.

Omgangsvormen